Haasklus en uitlopen in Leiden                           15 mei 2011
Ik had beloofd dat ik onder voorbehoud (kan dat wel, "beloven onder voorbehoud") zou gaan hazen tijdens de halve marathon van Leiden. Ronald wilde daar heel erg graag een PR hebben en ik wilde best nog wel een marathon lopen. Slechte combinatie eigenlijk, zeker met de marathon van Praag van verleden week en de marathon van Rotterdam van vier weken daarvoor nog in de benen. Maar ach, je kan je hele leven nog normaal doen, Dus vandaag naar Leiden voor en vlotte halve en een langzame hele....
Routine, en toch anders
Heerlijk is dat, om een marathon te gaan lopen waarvan je weet dat het nergens om gaat. Alleen het uitlopen telt, de tijd doet er vandaag niet toe. Onder die voorwaarden, die ik mezelf had opgelegd, wilde ik mee gaan lopen in Leiden. Met het feestgevoel van Praag nog in de benen en tussen de oren vond ik dat wel gerechtvaardigd. Ook gewoon gewerkt van de week, en in niks rekening gehouden met wr een marathon. Ook wel eens leuk. De tas werd wel weer perfectionistisch voorbereid met alles dubbel er in, want je kan nooit weten tenslotte; je veter kan breken, je sok kan scheuren, 3 soorten shirts mee (lange / kort / regen), petje, telefoon en de MP-3 mee. Dan natuurlijk nog 2 pakjes Evergreen, 1 banaan, 5 druivensuikertjes en twee flesjes sportdrank in de tas, natuurlijk op dezelfde plekken als iedere andere keer. We zijn er weer klaar voor.
Zondagochtend 08:15 uur. Pieppiep SMS-je van Ronald. Of ik er ook klaar voor ben? Tuurlijk ben ik dat, en we gaan elkaar zien in de Pieterskerk in Leiden of later in het startvak. Ik ben nooit zo van het heen en weer ge-ren kort voor de start van een wedstrijd. Het liefst doe ik in alle rust compleet m'n eigen ding. Rituelen heet dat geloof ik. Volgens mij hebben alle lopers dat wel, waarbij ritueel een ander woord is voor een "tik". Ik rij naar Leiden en onderweg reken ik in gedachten nog wat door. Ronald wil een PR van ergens in de 1:23 op de halve marathon, en het liefst net even daaronder. Okee, 1:22:59 staat inderdaad wel leuker op de lijst. Dan moeten we dus echt weg op ietsje sneller dan 3:57 minuut per kilometer. Vier jaar geleden zou ik mezelf nog voor gek verklaard hebben over al dat gestoei met die secondes per kilometer, maar het scheelt echt zo veel hoe je het aanpakt. Loop je net een paar tellen boven je kracht van dat moment, dan moet je aan het einde van de race daarvoor de tol betalen.
Ik kan weer gebruik maken van een kleedruimte in de buurt en ben mooi op tijd klaar. Heel even de MP3 inpluggen en 2 keer flink hard hetzelfde nummer afspelen. (Afspeellijst op aanvraag beschikbaar.) Ondertussen drink ik de rest van de fles sportdrank waar ik onderweg al aan begonnen was. Dan toch maar even het wegwerp-windjack aan omdat het buiten nog net niet lekker is in korte broek en shirt. Het jack was een hebbeding uit de snuffeltas uit Praag. Dat had dat jackie ook niet gedacht dat hij ooit Leiden te zien zou krijgen. Ik dribbel rustig naar de kerk waar ik ruim op tijd blijk te zijn voor de ontmoeting met de webloggers-groep.
Bloggers-meeting in de Pieterskerk. Omdat ik soms ook wel eens wat digitale flauwekul publiceer moet ik gelijk mee op de foto.
Op het 25 km punt staan Maaike en Henk. Precies op hetzelfde punt als vorig jaar. Het ziet er nog fris en vrolijk uit, lijkt het. Ik krijg ook van hen een flesje drinken. Dat drinkt zo veel makkelijker dan zo'n knerpend plastic bekertje dat je gelijk bij het aanpakken al plat knijpt.

Ook wel leuk trouwens; verleden jaar liep ik hier ook en wist op dat moment van geen RopaRun. Drie dagen later belde Ronald me op of ik het volgende weekend mee wilde naar Parijs, om terug te rennen naar Rotterdam in het Tref&Co team. Tuurlijk, waarom ook niet. En nu loop ik hier weer, 6 marathons verder en met een rugzak vol leuke ervaringen op hardloopgebied. Eerst dit rondje maar even afmaken.
Weer op kop door de polder met tegenwind. Kan ook niet anders, er waren geen andere lopers meer in de buurt dus loop je op kop. In de verte zie ik iemand rennen. Veel te snel en ik heb geen haast vandaag. Vandaag niet.
Tijdens onze fotosessie begint de blaaskapel in de kerk te spelen. Klinkt gezellig maar voordat er in de kerk ook gezongen gaat worden, lopen we naar buiten, richting startvak. We zijn vroeg en kunnen gemakkelijk goed vooraan in het vak komen. Ronald wil inderdaad voor die 1:22:59 gaan en dat is te zien aan zijn gezicht. Het staat lekker strak en de bekende babbels worden wat minder. Einde aan die grappen en grollen van je. Ja vriend, nou gaan we voor het eggie.
Haas(t)klus
Ik wist dat dat het 1e zou worden dat ik achter me zou horen, en ja hoor, het klopte: "Rustig aan Frankie." Het was Ronald en hij had (een beetje) gelijk. Ik ga gelijk op het bedoelde tempo weg maar niet iedereen kan een koude start maken. Ik houd iets in, Ronald haakt weer aan maar dan maak ik gewoon weer tempo. Hij wilde toch een PR? Nou dan! Dan moet het vandaag ook maar gebeuren. Het eerste stuk is nog even wennen. Mijn laatste haasklus was met de Zegerplasloop in Alphen op de 10km, ook voor Ronald toen hij daar zijn PR liep. Maar op de 10 is het gewoon gas geven. Hier voor de halve marathon is het wat meer gedoseerd lopen. Ik kom in kadans en neem Ronald lekker in mijn kielzog mee. Dit moet vandaag voor hem gaan lukken. Wat er daarna met mij gebeurd, als ik na die halve nog zo'n rondje moet lopen, maakt me niet uit. Dit is Ronalds dag. 
De tweede ronde...
Hoezo frustrerend. Ronald is klaar, heeft een mooi PR, hangt over een hek om (straks) na te genieten, en ik moet de hoek om een hoge brug over om nog zo'n rondje te gaan doen. Waar ben ik aan begonnen. De eerste kilometer loop ik alleen maar te lachen, wat voor de mensen langs de kant heel raar moet zijn geweest. Wie gaat er nou lachen als 'ie nog 21 km moet rennen. Nou, ik dus, en dat komt omdat Ronald een mooi PR gelopen heeft en dat is ook voor een haas geweldig. Hier doe je het toch voor. Iemand een succes laten halen op en wapperige zondag. Zijn succes straalt uit om mij, alleen maakt dat het tweede rondje niet korter. Wel haal ik het tempo er gelijk helemaal af. Ik wil de marathon vandaag binnen de 3 uur doen en de rest maakt me geen fluit uit. Er zijn totaal geen andere lopers in de buurt en het wordt dan ook een eenzame tocht. Jammer.

Dan komt er een verrassing uit de hoge hoed. Op de 23 km staat mijn vader met een flesje water. Complete verrassing en knap dat hij hier zo op tijd staat, en me nog heeft weten te vinden ook. Verleden week haalde hij me ook al van Schiphol na mijn Praagse avontuur. En nu hier in de polder. Die maken we gelijk erelid van de fanclub. Hij moedigt me aan en dat doet zo midden in de polder geweldig goed. Ik kan er weer even tegenaan.
Sinaasappelmomentje
Bij alle volgende drankposten besluit ik van het eerste tot laatste kraampje even te wandelen. Gewoon omdat dat een stuk makkelijker drinkt. Ook is het d manier om veel applaus te krijgen als je weer gaat rennen maar daarvoor is het niet bedoeld. Achter in de wijk Stevenshof staat een gezin buiten met een schaal sinaasappelschijfjes. Ze moedigen me aan en willen de schaal in en vloeiende beweging met me mee laten gaan zodat ik wat kan pakken zonder tijdverlies. Wat zijn dit toch altijd leuke mensen die dat zo maar voor een ander doen. Daarom stop ik ook even bij ze en ik maak, terwijl ik het stuk sinaasappel op eet, even een praatje. Ze sporen me aan om hard door te gaan voor het laatste stuk, maar ik vertel dat ik geen haast heb omdat ik vandaag alleen maar wil finishen. Het levert verbaasde gezichten op en achteraf begrijp ik dat wel. Als je redelijk vooraan loopt in een marathon zijn dat gekke uitspraken. Wie weet lezen ze dit verhaal wel en wordt het duidelijk dat ik vandaag wil genieten.
Weer al die bruggen over, veel draaien en keren en helaas ook veel eenzame stukken onderweg. Verstand op nul, blik op oneindig en door gaan. Hoe zou het inmiddels met Ronald zijn vraag ik me af. Nog steeds hangend over het hek of springt hij weer vrolijk in de rondte tussen veel bloggers en bekenden. Ik gok op dat laatste. Zeker bij een succesverhaal knap je altijd weer snel op. Even rekenen maar weer en ik kom tot de conclusie dat een tijd van onder de drie uur voor mij wel weer gaat lukken. In alle relatieve rust hobbel ik over de laatste bruggen naar de binnenstad van Leiden. Bij de poort is het (eindelijk) wel druk met toeschouwers en er hangt een prima sfeer.
De laatste 100 meter, nu ook voor mij aan de rechterkant van de dranghekken. De speaker speurt zijn namenlijst af, roept mijn naam om en het is altijd weer heerlijk om dan over de streep te gaan. Klaar. Gewoon helemaal klaar en mogen stoppen met bewegen. Links een kraam met wat fruit. Ik geloof restanten van lunchpakketten voor vrijwilligers en ik mag een appeltje pakken. Iets verderop flesjes met een koud "iets" in ijsblokjes. Dacht toch echt ergens gelezen te hebben dat het helemaal niet goed is voor een sporter om hele koude drank te nemen direct na het sporten. Kleine slokjes dan maar. Nu eerste even sms-en dat ik er weer ben en mijn eindtijd van 2:56:28 doorgeven aan de fanclub.
Slagroom light
Dan belt Ronald op. Snelle Ronald. Hij leeft nog na het halen van zijn PR en zit op een terras op het Rapenburg. Of ik ook nog even kom voor "wat lekkers". Als hij zoiets zegt ben ik altijd voorzichtig. Sjeik Ronald heeft een harem en als hij "iets lekkers" aanbiedt na een marathon weet ik niet of dat wel goed voor me is. Het pakt gelukkig uit zoals ik gehoopt had. Onder het genot van een kop warme chocolademelk met slagroom praten we na over zijn succes. Ik ben trots op hem. De hoek waar we zitten is door de wind en het gebrek aan zon toch wel fris. Zeker als je shirt nat is van de sponzen. Ronald leent me zijn windjack en ik weet het zeker; Duursporters zijn gek. Knettergek, maar wel heel gezellig.
En nou knallen
We gaan door de spoortunnel heen, zwaaien nog even vrolijk naar Ronalds ex-verloofde Miranda en oudedagvoorziening Wouter (nou ja, ik zwaai en Ronald maakt een kreunend geluid) en dan gaan we naar de laatste brug van Leiden. Kom op nou! We liggen precies op schema en dan kunnen die laatste 500 meter niet meer verkeerd gaan. Ik gooi er nog een laatste oh zo goed bedoelde scheldpartij uit naar Ronald en verzeker hem dat hij het gaat halen. Pijn is fijn. Nu ben je boos op me maar morgen kan je me wel zoenen, hoewel dat laatste een verwerpelijke gedachte is. De laatste 100 meter en de finish is in zicht. Ik geef hem nog een ram op z'n schouder en schreeuw hem naar voren. De klok tikt op 1:22:40 en dit gaat echt wel lukken. Maar dan scheiden onze wegen. Ronald moet om te finishen rechts van de dranghekken door blijven lopen en zet een eindsprintje in. Terwijl ik links van de dranghekken moet gaan lopen om mijn tweede ronde te beginnen, zie ik Ronald over de streep gaan, met de klok op 1:22:5nogwat. HET IS GELUKT. PR VOOR RONALD. Hij gaat gelijk naar het dranghek toe om daar over heen te hangen om bij de komen van deze schittende tijd en zijn PR. Op het moment dat hij over het hek buigt kijkt hij omhoog en ziet mij voor hem langs lopen. Ik zie dat hij helemaal verrot is en dat hij ondanks dat probeert zijn arm naar me op te steken. Het lukt hem amper maar begrijp dat hij me niet wil slaan maar succes wil wensen voor de tweede ronde. Tenminste, daar ga ik dan maar van uit. We kennen elkaar al een paar dagen.
We stampen achter een groepje aan dat me net iets te langzaam gaat. Daarom neem ik de kop over terwijl ik weet dat er zo een flinke hap tegenwind aan komt, dwars door de polder heen. Maakt me niks uit vandaag. Dan maar kapot gaan. Ondanks polder, wind en bruggetjes lukt het me om het tempo mooi vlak te houden. Als ik in de polder om kijk zie ik dat ik een hele club mee op sleeptouw neem. Moet niet gekker worden. Ik vertel Ronald dat ik me net Jezus voel met al die volgelingen. 
We draaien en keren door het recreatiegebied heen en Ronald kijkt niet zo heel erg vrolijk. Ik weet dat hij dit tempo best aan kan en heb dan ook geen medelijden met hem. Vandaag niet. Die benen van hem kunnen het hebben en "gaat niet" bestaat niet. Onze snelheid blijft heel mooi constant en ik probeer mijn dappere volgeling moed in te praten, en dat bijna 21
km lang. Het valt hem tegen volgens mij. Ik grijp waar mogelijk voor hem zijn sponzen, bekers sportdrank en water en lever die bij hem af. Best een klus, dat hazen. Maar wel een dankbare klus als je ziet dat het gaat lukken. En IK zie dat wel, maar Ronald nog niet. Daar lijkt het kaarsje langzaam op te branden en ik kan niks anders doen dan stug door te lopen, hem op te halen als het gat tussen ons mij te groot wordt, hem naar voren te schelden en soms af te leiden met wat onzin. En zo komen we meter voor meter dichter bij het doel. Als hij niet helemaal kapot gaat, dan gaat het lukken. Tijd genoeg voor een PR, maar we hadden de lat op net onder de 1:23 gelegd. We mogen dus geen seconde verslappen. Er moeten een paar tellen af en ik weet dat Ronald dat kan. Gewoon boos maken en dan komt er wel wat energie vrij. Of hij wordt later heel boos op me. Ik waag de gok. Sorry Ronald.
Volgende halte: PARIJS i.v.m. de Roparun
Licence to be
Een plek op een ranglijst interesseert me helemaal niks. Maar als ik gefinisht ben wil ik er wel graag op staan. Op de totaallijst sta ik er keurig in, maar je kan ook kijken op categorie. Oke, klik klik klik. Huh, ik ben "verdwenen". Even mailen hoe dat kan. "Je hebt geen wedstrijdlicentie". Pardon! Ik mag dus zonder licentie wl in het totaalklassement staan, maar niet in het lijstje van mijn leeftijdgroep. Dat heb ik nog nergens meegemaakt. Ik was er toch? Ik finishte toch? Kijk in je eigen lijst. Ik zal heel voorzichtig uitdrukken wat ik hier van vind: Bijzonder...