De mooiste; Terschelling met een PR                     6 nov 2011
Het is weer november en dus tijd voor de Berenloop op Terschelling. Voor mij de achtste marathon dit jaar en vijfde in een maand, maar deze is zonder meer de mooiste van allemaal als het gaat om de natuur. Heel Terschelling leefde verleden jaar met de de sporters mee en voor mij was er geen twijfel; Ik wil nog een keer. De tas staat klaar en zaterdag vertrek ik met Marjolein die kant op. Gezond uitlopen is het doel, maar als het dit keer onder de drie uur zou kunnen is dat natuurlijk een leuke bijkomstigheid.
Schuitje varen, theetje drinken en nog lopen ook
Zaterdagochtend vertrekt onze boot om 9:45 vanaf Harlingen. Door tussenkomst van collega Erica hebben we een onderkomen in  Formerum. Een prima plek om daar vandaan nog het eiland ("Parel van de Wadden" zou Kees Jan, onze gastheer van verleden jaar, zeggen) te verkennen. Het belooft met een droge 13 graden prachtig weer te worden dus de bedoeling is om daar fietsen te huren. Dan kunnen we ook nog wat van Terschelling zien zonder er hard voor te hoeven te lopen. Koken kunnen en hoeven we niet dit jaar. Restaurant en andere horeca (...) op kruipafstand als we willen. We kunnen met een gerust hart de kroeg in want de start is de volgende dag toch pas om 12:35 uur onder de Brandaris. Stoere praat natuurlijk, want het zal wel gewoon thee worden de avond voor een marathon. Of toch niet? Die plaatselijke "Juttersbitter" zou erg gezond zijn zeggen ze.
Dit gaat weer een leuk loopweekend worden! Zondagavond de boot van 19:30 uur weer terug, maar eerst even een stukje lopen.
 
Daar gaan we weer
Het lijkt wel een herhaling. We starten het Berenloop-weekend precies zo als vorig jaar. Ik haal Marjolein om half 8 op en we tuffen naar Harlingen om met de boot naar Terschelling te gaan. Begin oktober samen op weg naar Brussel maar nu de andere kant op. We praten weer bij over wat we hebben meegemaakt in de laatste weken, en natuurlijk komt de tussenliggende Amsterdam-marathon aan bod. Mooi op tijd komen we in Harlingen aan en vinden nog net een plaatsje voor de auto op de grote parkeerplaats. We kunnen gelijk door de boot op, zoeken een tafeltje en doen de rugzakken af. Marjolein geeft gelijk gehoor aan haar cappuccino-verslaving en ik ga voor de koffie. Het kan maar vast geregeld zijn. En dan hebben we een hele overtocht de tijd om verhalen uit te wisselen; verhalen over sport, studie, werk, Brussel en andere hobby’s dan hardlopen. Ook de boeken komen op tafel. Marjolein is bezig in “Ik loop dus ik besta” en ik in “Altijd verder” van Dolf Jansen. En zo komt de Brandaris in zicht. Terschelling, we zijn er!
Toerist uithangen
Ook weer net als verleden jaar fietsen gehuurd waarmee we naar ons onderkomen gaan. Dit keer ook in Formerum maar nu in een appartement. Een fietstocht van 7 kilometer die in dit weer, fris maar droog, goed te doen was. We hadden een keurige kamer met alles wat we nodig hadden. Nu eerst de boodschappen doen om de hoek. Toen ook dat geregeld was en we gegeten hadden, hebben we de fiets gepakt terug naar Terschelling West, of gewoon “West” zoals ze het hier zeggen. We fietsen rustig aan via de toeristische route en hebben uiteraard het uitzichtpunt beklommen.
Heel Terschelling aan je voeten en waar je ook om je heen kijkt, morgen lopen we er. Uiteraard hebben Marjolein en ik het al gehad over wat we morgen van plan zijn. Ja, de marathon, da’s duidelijk, maar in welke tijd? Ik wil sneller dan verleden jaar, sneller dus dan 3:02:26 en eerlijk gezegd wil ik onder de 3 uur uitkomen. Nou heb ik al 4 marathons in de beentjes zitten in oktober, waarvan verleden week een soort cross die me niet zo best bevallen is, maar ik wil het gewoon proberen. Marjolein weet het nog niet zo best. Ergens in de buurt van de 3:30 of zo, en als het een beetje sneller is dan verleden jaar is dat natuurlijk prima. Maar ook die bikkel/dwaas heeft een zwaar jaar achter de rug met heel veel wedstrijden. En nu ook nog verkouden, dus geen goede basis voor een marathon. We maken er niet zo’n punt van en gaan nu shoppen en West verkennen. Toeval bestaat dus ik ontmoet een collega uit Alphen. De wereld is zo groot niet. Niet totaal onverwacht ontmoeten we ook John en Ans die morgen ook de hele respectievelijk de halve mee gaan lopen. En ja, het gaat weer over verwachtingen en John hoopt rond de 3:45 uit te komen. Het wordt steeds frisser buiten en het bord “Koffie met Cranberrytaart” bij café Zilt is dan ook een mooie aanleiding om binnen even op te warmen. Zo komen we onze zaterdag prima door.
Rond vijf uur fietsen we in de schemer terug naar “huis” en proberen ergens iets te vinden waar we straks kunnen gaan eten. Veel is al vol of volgeboekt maar gelukkig heeft de Italiaan in Midsland nog plek in de herberg voor 2 koude eenzame fietsende hardlopers. We ploffen neer in La Grotta en bestellen de marathon-pastamaaltijd. Drie soorten pasta en salade en daarbij de melding dat als je denkt hiermee de marathon niet uit te kunnen lopen je gewoon bij kan bestellen. Ik ga niet in detail treden en zal het er op houden dat we niet onfatsoenlijk zijn geweest. Lekker opgewarmd en met volle buik de laatste kilometer terug naar Formerum. Beetje gelezen, tv gekeken, uiteraard ge-twitterd en lekker op tijd plat. De nacht er voor was kort dus lekker even bijslapen kan geen kwaad. Morgen worden we weer losgelaten voor 42195 meter. Welterusten allemaal.
Berendag
Gelukkig een beetje uit kunnen slapen ondanks vaak wakker geweest te zijn. Ook hier weer niks nieuws onder de zon voor mij. Ik voel me best fit en ook mijn knieën, die van de week wel sporen van marathonvermoeidheid vertoonden, doen precies wat ik wil. Bij mij gaat het dus best. Marjolein is duidelijk minder fit en verkouden. Een slechte combinatie met topsport die verkoudheid. Hopen dat de neusspray wat helpt. Douchen, eten en tassen inpakken. We sluiten af op onze kamer met koffie. Hoe kan het ook anders. Dan gaan we tegen 11 uur op de fiets naar West, naar onze kleedruimte. Ideaal dat we daarvoor een eigen onderkomen hebben gevonden, dicht bij start en finish en ook lekker rustig. Gewoon je privé douche. Een uur voor tijd zitten we omgekleed nog warm binnen in de kantine. Ik eet mijn boterham en mijn banaan en begin aan de fles sportdrank. Routine. Die fles moet leeg zijn voordat ik ga starten. Voor de rest heb ik nog een of andere muesli reep bij me voor straks in het startvak. Doe ik anders nooit maar ach, waarom niet. Ook geheel volgens traditie heb ik in mijn achterzak 4 hele druivensuikertjes zitten, mijn voeding voor onderweg. Ik maak een aanvalsplan voor die druivensuikertjes. Jawel, daar kan geen sportvoedingsadviseur me vanaf helpen. Ik ga die dextrootjes slachten op de 5, 15, 25 en 35 km net voor de drankposten zodat ik het met wat water weg kan werken. Hiermee heb ik dus mijn geheime wapen verklapt.
Toeter
We wandelen in van die charmante maar oh zo lekkere plastic wegwerpjasjes naar het Brandarisplein en daar staat de hele Twitterbende al klaar. Uiteraard zijn John, Gerard, Richard en Claudia van de partij. Er wordt ontspannen gelachen en dan gaan we het startvak in. Marjolein heeft dit jaar een wedstrijdlicentie en mag dus voorin in een apart vak starten. Succes en tot straks, ergens in de buurt van de Brandaris. Wie het eerst finisht wacht op de ander tenzij… Nee geen tenzij, onze tijden liggen altijd dicht bij elkaar. Het wachten in de koude wind duurt langer dan me lief is, maar dan gaat eindelijk de scheepshoorn. Inderdaad, hier geen startschot maar ge-
Mooi vlak
Na ongeveer 1 km passeer ik Marjolein. Die gaat er ook lekker van door ondanks verkoudheid en vermoeidheid van de afgelopen weken. Wat is dat toch een sportgigant. PR in Brussel en PR in Amsterdam en dan nu 3 weken later dit weer. Ik dacht dat ik (prettig) gestoord was, maar daar loopt er nog eentje. Ik steek even een hand op en probeer ruim baan te krijgen. Het lukt. Kennelijk ben ik toch vrij vooraan gekomen en kan nu prima mijn gewenste tempo te pakken krijgen. Wel voel ik mijn linker bovenbeen een beetje. Gewoon wat spierpijn, meer niet. Het zal wel wegtrekken als ik warm draai. Langzaam loop ik in op een groepje van 5 lopers en “op de 3 km” ben ik bij ze. Omdat
we schuin tegenwind hebben lijkt het handig om samen met ze op te lopen en om beurten wat kopwerk te doen. Alle beetjes helpen, maar als ik de kop over neem geven ze aan dat het harder gaat dan ze willen. We overleggen kort. Zij willen 4:05 op de kilometer en niet harder. Jammer, ik heb mijn eigen plan getrokken en ondanks dat het niet veel scheelt wil ik 4:00 blijven lopen. Die vijf seconden verschil, en dat maal 42, is mij een te groot risico om die sub3 wel of niet te kunnen lopen. Vanaf de 4/5 km sta ik er helemaal alleen voor. Een meter of 300 voor me lopen er nog een paar, maar voorlopig moet ik het helemaal alleen doen. En dan ga je, terwijl je zo richting Midsland over de grote weg loopt, wat nadenken. Ik moet het nu alleen doen, maar is dat dan zo erg? In Brussel was samen lopen een minder geslaagde uitdaging, in Eindhoven deed ik een slechte haasklus, in Amsterdam vielen we vanaf de halve marathon uit elkaar en in Lekkerkerk was het tempoverschil veel te groot. Kortom, misschien wel goed dat ik vandaag gewoon eens mijn eigen “ding” ga doen. Niet proberen aan te haken, niet om te hoeven kijken, gewoon simpel alleen maar lopen in een eigen tempo.
Winstpakker
Ik bedenk me wel dat er vanaf de 9 km een stuk polder komt waar ik de wind helemaal pal tegen krijg. En om dat alleen te doen is niet handig. Ik twijfel. Ga ik iets meer gas geven om nog voor dat punt aansluiting te hebben bij die groep of blijf ik vlak lopen. Ik kies voor mijn eigen tempo en kom toch precies op het bedoelde punt bij een van de afvallers uit de groep te lopen. Met deze loper het stuk samen doen is geen optie want hij is helemaal zijn snelheid kwijt. Dan maar er voorbij en vol in de windkracht 4 het stuk alleen doen. Beetje bij beetje loop ik toch op die 4 lopers, vergezeld van 2 fietsers, in. Ik passeer de verzorgingspost van de 10 km. Water, sportdrank, ontbijtkoek, krentenbollen, banaan, sponzen; alles wordt aangeboden.
Ik trek een nieuw plan. Vanaf de 23 tot 33 km wordt voor mij zwaar met veel stukken waar het op en neer gaat in de duinen. En daarna tussen de 33 en 35 km zandstrand. Het hoort natuurlijk helemaal bij de Berenloop en Terschelling maar het is niks voor mij. Marjolein vindt dat nou juist het leukste stuk. Nou, plezier er mee. Vandaar mijn nieuwe plan om vanaf de 10 tot aan de halve marathon het tempo op te schroeven en winst te pakken. Winst die ik dan op het moeilijke stuk weer weg mag geven. Mijn besluit staat vast en het tempo gaat omhoog. Ik probeer een spelletje te spelen en kies de groep voor me als mikpunt. Precies op de 20 km wil ik bij ze zijn. Niet eerder en niet later. Beetje bij beetje kruip ik over het fietspad waar ik afgelopen zomer ook zo lekker gelopen heb naar ze toe. Meter voor meter, steen voor steen en het gaat redelijk soepel. Als ik bij ze aan sluit krijg ik van een van de begeleidende fietsers te horen: “Man, wat heb jij een rush gemaakt!”. Ze blijken me al vanaf de 4 km in de gaten gehouden te hebben of ik bij ze aan ze komen. Ja dus, gelukt! Nu proberen zo lang mogelijk met z’n vijven door dat duingebied te jakkeren. Het tempo gaat zelfs nog iets omhoog.
Op de halve marathon kom ik door in 1:22:42 en ik dat is netjes. Niet te hard en niet te zacht. Toch 1 minuut 18 voorsprong op dat schema van "4 rond" per km. Nu de kunst om dat met behulp van elkaar nog iets uit te bouwen. Doordat het tempo verder omhoog gaat breekt onze groep en kom ik uiteindelijk alleen met Friso, de latere winnaar bij de recreanten, te lopen. We rammen werkelijk het duingebied door. Zonder dat ik mezelf op mag blazen wil ik nog iets meer winst pakken. Het wordt uiteindelijk maximaal 1 minuut 48 winst en dat is genoeg, hoop ik. Friso heeft de smaak te pakken en schiet als een komeet richting duinen en strand. Die laat ik dus gaan. Inmiddels heb ik geleerd van de andere marathons en ik probeer wat energie in reserve te houden. Ik krabbel vanaf Midsland naar boven naar de duinenrij, rol naar beneden en dan begint dat strand. Van de zomer voelde ik me daar goed, maar nu is het weer tobben. Ik heb er geen ander woord voor. Of toch; ploeteren.
Op het strand hangt nog wat nevel. Ondanks het doorbreken van een waterig zonnetje lukt het daardoor niet ver vooruit te kijken. Net als verleden jaar van oranje vlag naar oranje vlag richting “Paal 8” waar je weer van het strand af kan. Voorlopig is het nog niet zo ver. Op m’n horloge volg ik mijn tijd scherp. Ik verlies wel, maar lang niet zo veel als ik verwacht had. Raar. Zou het slechte gevoel niet overeen komen met de werkelijkheid? Snelheid schatten op het lege strand is ook lastig. Ik probeerde de minder zachte stukken op het strand op te zoeken om daar te gaan lopen. Ik lijk wel een laverende hardloper op het droge. Steeds als ik loop waar ik dacht te moeten lopen, lijkt een ander stuk toch beter. Harder, minder los zand. Of het waar is weet ik niet maar ik word er gek van. Dan maar in een rechte lijn en met wat meer krachtwerk. Hier en daar vervloek ik dit schitterende strand. Het is prachtig en nu zo foeilelijk. In gedachten hoor ik Marjolein nu al weer zeggen dat “dit stuk nou juist oh zo lekker ging”. Zucht. Dan komt de strandtent in zicht waar een rij afbuigende oranje kegels aan geeft dat je naar boven mag. De martelgang valt eerlijk gezegd mee en ik ben vrij vlot boven. Applaus van de mensen aan de kant. Heerlijk. Dan de verzorgingspost waar ik nog wat water aan kan pakken waarna het rechtsaf gaat richting de Long Way.
Het zal toch niet waar zijn?!
Oké. Ik ben van het lastige stuk af. Nu maar eens kijken hoe het precies met de tijd zit. Ik heb ingeleverd op de laatste kilometers, maar niet meer ingeleverd dan de winst die ik had. Het is zelfs in evenwicht en dat betekent, dat… hè? Dat zou betekenen dat, als ik de laatste 7 kilometer die ik nu nog moet doen net zo loop als de eerste van vandaag, ik dus rond die eerder genoemde 2:48:48 uit zou komen. Waanzin, dat is 2 minuten sneller dan mijn PR in mei dit jaar in Praag. Een PR lopen op een parcours door de duinen en over het strand? Dat kan gewoon niet! Ik besef nu wel dat ik echt wel sneller uit ga komen dan verleden jaar, en ook zeker wel goed onder die drie uur. Maar ik reken toch op een dip die laatste kilometers die lekker vals plat omhoog blijven lopen. Maar ook die dip komt niet. Ik ken ook dit stuk van de route goed. Ook hier weer lekker gelopen van de zomer. Ik ren, haal de herinneringen van de zomervakantie weer boven en houd scherp de tijd in de gaten. Zonder al te veel moeite ga ik gestaag verder met 15 km/uur. Niemand voor me, niemand achter me en alleen af en toe een fietser of toeschouwer die enthousiast aanmoedigt. Heerlijk. Iemand roept dat ik achtste ben van het totaal. Maakt me niet uit. Al ben ik duizendste, alleen mijn eigen tijd vind ik nu belangrijk. Ik ging er totaal niet voor om deze tijd te lopen, maar als je dan toch een PR in zicht krijgt, tja, dan moet je er ook maar voor gaan. Dan loop ik West binnen langs mijn collega’s die me nog even flink aanmoedigen.

Nu nog 1000 meter en het rekenen wordt makkelijk. Als ik er nu nog 6 minuten over ga doen heb ik nog net een PR. Maar dat gaat niet gebeuren, die 6 minuten wel te verstaan. Het gaat nog lekker soepel en, eerlijk is eerlijk, met wel wat meer krachtsinspanning dan me lief is blijk ik op dat tempo door te kunnen gaan. Eerst naar links afbuigen de Dennenweg in, dan langs de kade de Havenstraat in en, met een snelle links-rechts combinatie, de Raadhuisstraat in. Het publiek, waarvan de meesten volgens mij wel iets met alcohol vasthouden, moedigt geweldig aan. Nog een blik op m’n horloge. Nog drie-en-een-kwart minuut om iets van 200 meter te overbruggen. Laatste bocht, rechtsaf de lange rechte Torenstraat in. Er ligt een lange rode loper over de laatste honderd meter of zo, er staat veel publiek links en rechts langs de hekken. Wat een ontvangst. Ik zie het doek “Finish” met daar boven het gigantische Tv-scherm waarop ik mezelf aan zie komen. Nog 1 echte allerlaatste blik op de klok. Dit wordt hem vandaag. Beide handen in de lucht en ik wijs op het horloge. Geen idee of iemand het snap maar ik zelf wel. Heel veel applaus van dit fantastische publiek. Over de streep in 2:48:56. Een heel dik dik dik PR en dat op dit parcours. En als 5e marathon in 6 weekenden. Na die zware van verleden week door de weilanden. 2:48:56 op de Berenloop. Mijn Berenloop.
Heel even wachten op Marjolein
Na de streep krijg ik gelijk een plastic hesje om tegen de koude wind. Lekker. Dan door naar de bouillonkraam. Zelfde plek als verleden jaar maar nu voel ik me beter. Gewoon eigenlijk nog nergens last van. Nog niet tenminste. Dan toch maar even neerploffen om de tijdchip uit de schoenveter te halen, en geloof me, dat gaat na 42,2 km beter als je er bij mag zitten. Dan nog maar een beker bouillon halen, en een stuk banaan eten. Ik weet van gekkigheid niet wat ik moet doen. Ik zie ook nog geen bekenden. Zij mij misschien wel maar ik ben ook nog niet helemaal helder geloof ik. Wakker worden, je hebt een PR gelopen. Dit jaar wil ik me niet laten verrassen door Marjolein die al over de finish is voor ik het in de gaten heb, dus ik ga ik tussen het publiek staan bij het punt van de laatste 20 meter. Turend over de hekken naar rechts. Komt ze al? Andere lopers worden naar de streep geklapt en door de speaker omgeroepen. Wat een sfeer. Op het TV scherm worden beelden getoond die 7 kilometer verderop worden opgenomen. Dat is het punt waar de lopers van het strand af mogen en door het mulle zand naar boven moeten zien te komen. Die beelden zijn soms verschrikkelijk (leuk?) om te zien. De levende versie van “Ik worstel en kom boven”. Kreten van medeleven komen uit het publiek, en worden afgewisseld met applaus als er weer nieuwe lopers binnen komen.
Inmiddels begin ik te bibberen van de kou. Niet normaal. Zelfde verhaal als verleden keer maar nu blijf ik staan tot het bittere einde. Een vrouw naast me stuurt me naar een tent waar ik op zou kunnen warmen. Nee, dank u, ik moet en zal mijn hardloopmaatje zien finishen. “Hier”, zegt ze, “neem dan een jas van me!” Ik had eigenlijk wel gewild maar kan mijn zweetshirt toch niet in haar jas hijsen. Dan hang ik helemaal over de hekken heen en zie in de verte Marjolein aan komen. Voor dit weekend deel van ons dwaze superduo. Zij durfde het weer aan om samen met mij dit Berenavontuur in te gaan. Dank je wel Marjolein. Ze heeft mijn oranje arm ook ontdekt in het publiek en na een High Five gaat ze in 3:25 over de streep. Sneller dan verleden jaar en dat met al die (ultra)marathons en een hele triathlon in de benen. Kanjer.
Laatste 200 meter van Marjolein. Foto door John de Boer
Samen in het plastic gehuld gaan we langs de kraam met thee en halen onze mooie hardloopshirts op die dit jaar i.v.m. de jubileumeditie worden verstrekt. De speaker heeft laten weten dat Marjolein 3e geworden is in haar categorie, dus nu gaan we informeren bij de wedstrijdleiding wat de bedoeling is. Simpel; om 18:00 prijsuitreiking in de vertrekhal bij de veerdienst. We hebben nog 2 uur en nemen nog een kop thee. Inmiddels krijg ik pijn in mijn bovenbenen en kan alleen nog maar heel rustig en voorzichtig wandelen. Ik krijg een verkorte les van Marjolein en leer dat dat komt omdat de bloedvaten juist wijder willen gaan staan om afvalstoffen af te voeren, terwijl de kou om me en in me mij juist wil beschermen en die bloedvaten kleiner wil maken. Oorlog van binnen als het ware. Lachende gezichten van mensen die me zo zien lopen naar onze kleedruimte. Ik lach terug en heb daar best wel rede toe. Wij hebben toevallig vandaag wel super gelopen dus daar mag nu wel een beetje pijn bij komen.

De warme douche doet wonderen en ik ben daarna in één keer van de pijntjes af. Zo simpel kan dat zijn. We pakken onze spullen, bedanken de gastheren en met een “Tot volgend jaar.” zeggen we gedag. Eerst de huurfietsen maar eens terug brengen. We staan dan gelijk aan de haven en omdat het zonde is om dan geen kibbeling bij de viskraam te nemen doen we ook dat. We ploffen neer op het grote plein en het Twittertijdperk is aangebroken. Onze uitslagen blijken inmiddels al online te staan dus er zijn geen verrassingen meer die we kunnen vertellen. Ik bel naar huis en daar weten ze al dat ik een mooi PR binnen heb, dat Marjolein 3e in haar categorie is en ik zou eerste in mijn categorie geworden zijn. Leuk, maar met dat laatste heb ik zelf niet zo veel. Aan twitteren kom ik niet toe.
 
Dan volgt de lange huldiging. 15 Jaar Berenloop vraagt daar ook om. Als Marjolein naar voren wordt geroepen dring ik ook naar voren om te proberen een paar foto’s te maken. Dat valt niet mee met al die drukte op het podium. Eeuwige roem, een gigantische beker en een bos bloemen krijgt zij voor haar prestatie.
Als de kibbeling op is gaan we naar de vertrekhal waar Hessel de sfeer er prima in weet te krijgen.

Bloemen voor de winnaars en een enorme rij bekers staan in de wachtstand. Dit wordt een mooie huldiging voor al die winnaars.

Marjolein zegt, vanuit topsport oogpunt heel terecht een beetje verwijtend, dat als ik nou ook een wedstrijdlicentie gehad zou hebben ik ook een prijs had gewonnen. "Je bent eerste in je categorie hoor!". Ik weet het, maar vertel haar dat ik mijn hoofdprijs toch ook heb; Ik kom zonder blessures aan, heb met geluk nog een PR ook en boven alles heb ik een geweldig leuk weekend. Drie prijzen dus eigenlijk. Welke andere prijs kan daar tegenop? Ik denk dat ze mij wel snapt.
Ik geniet enorm mee van haar succes en blijdschap omdat ik uit ervaring weet hoe groot haar prestatie vandaag was, zeker na Brussel en Amsterdam. Laat mij maar gewoon aan de zijkant een beetje trots staan te zijn. Berentrots.
Met twee andere lopers gaan we na de huldiging naar restaurant Zeezicht recht tegenover de veerboten. We hebben nog een dik half uur. Mooi de tijd om daar ervaringen uit te wisselen en wat te drinken. Net zoals na Brussel zetten we ons af tegen de stelling dat alcohol het herstel vertraagt. Proost. Dan inschepen op de snelboot van 19:30 uur en onderweg de tijd voor de sociale media en om in Wordfeud van je XQVKZ af te komen. Succes Marjolein, ik bel RunningRonald wel op. Dat gaat sneller dan tikken op een telefoon. Ook mijn Alphense hardloopmaatje is in jubelstemming over onze prestaties in de zandbak van Terschelling. Maar hij is ook verontwaardigd; “Wanneer meld jij je nou eindelijk eens aan voor een atletieklicentie?! Je grijpt weer naast de prijzen man. Doe nou eens normaal en meld je aan!” Ja ja, ik weet het, leg weer uit dat mijn goede gevoel mijn hoofdprijs is en dat daar niks tegen op kan. Het zal allemaal wel. Maar Ronald neemt daar geen genoegen mee en zegt dat hij me nu op persoonlijke titel aan gaat melden zodat ik een licentie krijg. Hij is er gek genoeg voor, daar ben ik van overtuigd. Onze boot vliegt over het water en we zijn al in Harlingen als Marjolein nog steeds probeert om met die XQVKZ zo veel mogelijk punten te scoren.

We ronden ons weekend af bij een gezellige pizzeria in Harlingen. Geen grote party, geen open bustour, geen fans of burgemeester met toespraken. Gewoon samen een leuke afsluiting van het in alle opzichten geweldige weekend. We maken wat vage plannen voor nieuwe wedstrijden en gaan naar huis, via Utrecht naar Alphen.
woon een scheepshoorn. Dat hoort er bij op prachtig Terschelling. We zijn vertrokken en al vlot loop ik in op de minder snel vertrokken wedstrijdlopers voor me. Die hebben kennelijk een ander schema dan ik. Gelukkig ken ik het parcours nog goed van vorig jaar, maar natuurlijk ook van mijn zomervakantie in juli. Ik pak waar mogelijk de stoep om in te halen en in mijn eigen tempo te komen. Mijn gewenste tempo is 4 minuut rond op de kilometer, dus 15 km/uur. Omdat ik altijd vanaf het 30 km punt verval krijg heb ik dit tempo nodig. Zonder verval zou die 4:00 leiden tot een bespottelijke eindtijd van 2:48:48. Doe daar die 10 minuten verval bij en dan moet het een sub3 kunnen worden. Toch?
Terschelling, Berenloop en zeker Marjolein…
enorm bedankt voor dit leuke weekend.
Foto's : www.jurjen veerman.nl