De Kronkel van Apeldoorn               5  feb 2012
Dit gaat een bijzondere marathon worden. Sinds de blessure opgelopen met de Sparkmarathon in december heb ik amper gelopen. Getraind mag je het al helemaal niet noemen. Mocht ook niet van de fysio in die heeft er verstand van. De sneeuw die nu 2 dagen voor de Midwintermarathon in Apeldoorn is gevallen maakt van het parcours een sprookjeslandschap. En sprookjes hebben altijd een goeie afloop.
Hardloop-besmetting
Respect voor mijn collega’s die altijd maar mijn verhalen over hardlopen aan moeten horen. Mag ook wel eens gezegd worden. Dacht ik eerst nog dat ze uit beleefdheid naar me luisterden, nu zie ik dat ze enthousiast worden. Zo enthousiast zelfs dat een paar sportievelingen ook zijn gaan rennen. Toen ik zag dat er nog een paar plekken vrij waren voor de Midwintermarathon in Apeldoorn kon ik het niet laten ze over te halen mee te gaan. Niet voor “de hele” maar ieder voor wat hij dacht aan te kunnen, en liefst net iets verder. Wie de vijf kilometer goed onder de knie had probeerde de 8 (Larry) en wie zonder in elkaar te storten de 15 kon lopen probeerde zelfs de 18,7 km (Kevin, Rutger, Evert, Martin). Heel dapper om er aan te beginnen zo kort na het starten van een hardloophobby. John en ik schreven ons wèl in voor de grote boswandeling van 42,2 kilometer. Supporter Geerke dik ingepakt ook mee en zo gingen we met een volle bus op zondagmorgen naar Apeldoorn waar we de gast waren van Centraal Beheer Achmea in theater Orpheus.
Duur luchtje
Onderweg werden we nog naar de kant getoeterd en geknipperd door een andere automobilist. Of we wel wisten dat onze rechter achterband heel erg zacht was. Aha, bedankt, we dachten dat het de belabberde rijstijl van Larry was die ons misselijk maakte. Bij het dichtstbijzijnde pompstation gelijk geprobeerd aan lucht te komen. Valt niet mee kan ik je verklappen. In deze virtuele en digi-
Doel voor vandaag: Finishen
John en ik gaan naar het startvak van de 42 waar we elkaar tijdens het inlopen al snel kwijtraken. Mijn hamstring rechts voelt tijdens het inlopen niet lekker aan maar dat wist ik al. De twee brufen van vanochtend hebben, hoop ik, nog een beetje effect de komende uren. Gewoon lekker gaan lopen op een rustig tempo en kijken waar het schip strandt, of niet. Niks moet, alles mag. Ik wil vandaag starten en liefst finishen. Een tijd? Niet boeiend vandaag. Ook is sta nu dus opgehokt in het startvak om me heen te kijken of ik John nog ergens zie. Die zie ik niet maar wel zie ik een paar rijen schuin voor me een heel bekend gezicht. Het is de prijswinnares van Terschelling en Brussel! Ultrawoman Marjolein. Ik worstel me met een paar “sorries” naar voren. Kon het niet laten natuurlijk (…) om even succes te wensen na onze laatste Berenloop-date. Marjolein weet niet precies op welke tijd ze wil eindigen. Dat heb ik vaker van haar gehoord en weet inmiddels dat dat zo veel betekent als; “Ik ga weer lekker knallen en kijken met welke prijs ik nu weer naar huis ga.” Gaaf. Marjolein heeft mij de tips gegeven om zo snel mogelijk van die spierscheuring af te komen en weet dat ik al blij mag zijn als ik hem uit kan lopen vandaag. We gaan er weer voor, ieder voor zich en ieder met een heel ander doel.
Het was "zo" koud
Orpheus dus. Daar waren we aangekomen en van Gerda en Jaqueline kregen we de verplichte shirts. Chips werden in de schoenveters geregen en alle lagen kleding gingen aan. Min 5 graden dus voor een paar van ons een nieuwe, zeg maar gerust frisse, ervaring. Ik koos voor het thermo-ondershirt, shirt met lange mouwen, windjack en het T-shirt er over. Vier lagen bleek ook er meer dan genoeg maar die buitenste laag was een verplicht nummertje. Bij -15 zou ik het nog warm genoeg gehad hebben. Eerst de jongens van de 18,7km naar buiten geschopt, de kou in. Evert had al vaker een wedstrijdje gelopen in een vorig sportief leven, maar voor Kevin en Rutger was een startvak een nieuw fenomeen. Ophokplicht, gezonde spanning, een blaas die krimpt maar de inhoud niet, hoe doe je dat dan? Even wachten, snel een dixie zoeken na de start. Hé waar is “ie” nou? Oh ja, het is “zo” koud dus goed grabbelen, de tijd loopt door, da’s balen, maar wel opgelucht verder lopen. Succes mannen, als je de 15 kan lopen dan kan je ook de 18. Geniet er van.
tale wereld moet je dan bij de Shell over 50 cent beschikken voor een hap lucht in je band. Koude lucht notabene. Gezamenlijk 50 cent bij elkaar gesprokkeld en de band gevuld, met bijna niks. Gaan we uit van een liter of vier lucht voor 50 cent dan weet je gelijk welke rijkdom je elke dag, iedere minuut naar binnen zuigt. En weer weg blaast. Doorredenerend denk ik dat flatuleren pure geldverspilling is als je die lucht niet op de bank zet tegen een aantrekkelijk percentage.
Finishen of een kronkel
De midwinter marathon bestaat uit een grote ronde van 28 en een kleine ronde van 14 km. Ik doe net of ik gek ben en vertrek op het oude vertrouwde tempo van 4:00 min/km. Kennelijk ben ik de enige want er ontstaat geen groepje. Geeft niet, dan kan ik lekker m’n eigen ding doen zonder me door iemand anders op te laten jagen. We gaan over mooi schoongemaakte wegen. De sneeuw van eergisteren is keurig van het parcours gehaald en het loopt prima. Hulde voor de organisatie want dat moet een hele klus zijn geweest.

Ik loop lekker maar rond de 7 km voel ik die hamstring wel prikken. Was te verwachten. Niet bang zijn, dan had je maar niet moeten starten vandaag. Het parcours gaat wat op en neer, en uitgerekend langs het enige saaie stuk van de route, daar waar je over de provinciale weg loopt, gaat het vals plat omhoog. Valt bijna niet op maar als je achterom kijkt weet je waarom het zo anders aan voelt. Dan rond de 18 km gaat die hamstring echt zeer doen. Nee hoor, ik wil niet zielig doen, het deed zeer en als je dan nog zo’n roteind moet vraag je jezelf af of dat nou wel zo slim is. “Stoppen en doen wat verstandig is.” spookte door m’n hoofd.   
Iets verderop een paar mensen en een parkeerplaats. Daar dan maar? Terwijl ik een het dubben ben kan ik het bordje lezen dat daar bij die parkeerplaats staat: “Parkeerplaats De Kronkel”. Ik beschouw het, na mijn vriend in Amsterdam, weer als een teken van hoger hand. “De Kronkel”. Dat kan geen toeval meer zijn. Ik heb toch geen kronkel dus ik ga NIET uitstappen. Achteraf kan je het ook precies andersom uitleggen, maar toen deed ik dat niet. Ik liep door en eerlijk is eerlijk, die spierpijn werd gewoon minder.
Rechtsaf is veel verder
Net voor de 28 km kwam dat vreselijke punt. Dat punt waar staat dat je links moet blijven lopen als je wilt finishen na 28 km, of waar je rechtsaf moet als je de hele wilt gaan lopen. Weer dubben en twijfelen. Je hoort de speaker, je proeft de finishlijn al en je voelt de warme thee al naar binnen glijden. Maar dat is dan wel 14 km te vroeg vriend! Ik kies en ga rechtsaf. Afmaken waar je aan begonnen bent maar de energie is op. Ook geestelijk want bijna niemand gaat rechtsaf. Ik loop nu helemaal alleen het tweede rondje in. Is niet zielig, ik had er zelf voor gekozen, maar de beentjes wilden gelijk niet meer. Even wandelen dan maar. Tot de volgende villa, en dan weer verder. Wel een tandje langzamer. De halve marathon ging nog netjes in iets van 1 uur 25, maar ik had geen zin meer om dat tempo vol te houden. Klokje terug op 5:00 min/km en rustig verder nu. Om de zoveel tijd een stukje wandelen, genietend van de schitterende omgeving hoewel van genieten met die vermoeidheid eigenlijk geen sprake meer was. Geen zin, geen fut en geen energie meer, en dat is geen goeie combinatie voor een marathon. Wat ben ik toch ook een nep-sporter; altijd maar weer dat wandelen.
Twitter fanclub
Bij de hekken van het 38 km punt zag ik bekende gezichten staan. Hoewel, bekend? Hooguit van het postzegelformaat van twitter, maar toch, ik herkende ze. Marco, Jolanda, Maarten en natuurlijk Cis. Zij herkenden mij ook, hoewel er gekeken werd alsof de kersman in hoogsteigen persoon langs liep. Ze stootten elkaar aan, wezen naar mij en ik kon nog net horen; “Dat is toch Frank?!” Ik zwaaide naar ze, stak een duim omhoog om aan te geven dat ik inderdaad ook echt ik was, en hobbelde verder. Ik maakte het rondje door het bos af en zo rond de 38 km kwam ik weer bij ze langs, aan de andere kant van het hek. Dit keer had ik een prachtige reden om bij ze te stoppen. Even bijpraten en ze als supporters bedanken voor hun warme aanwezigheid in het koude bos. Kwam mooi uit, kon ik tenminste even stoppen met rennen of wat daar nog voor door moest gaan. Goed dat er geen stoelen stonden, ik was nooit meer vertrokken. Ze waren enthousiast en begrepen dat ik na mijn dwaze weken van afgelopen jaar vandaag niet zo’n haast had, vandaag. Ik kreeg een fles drinken van ze en een turbo plak ontbijtkoek. Het was zo midden in de bossen en met die pauze, een vorstelijk diner. Onwijs bedankt voor de gastvrijheid! Later thuis zag ik dat ik daar zeker 7 minuten stil heb gestaan en dat was heerlijk. In die pauze lekker gelachen, maar ik merkte wel dat ik het koud kreeg door het stil staan in de bezweette kleding. Na nog even uitgelegd te hebben dat ik de 20 van Alphen dit jaar oversla, kon ik de gang weer een beetje krijgen om het laatste stukje uit te hobbelen.
Foto van Cis. Links zie je de mensen die nog een heel stuk moeten, Ik ben op de terugweg. Gelukkig!
Tijd voor een bak warme thee
Op het moment dat ik de laatste meters liep, vertrok rechts van mij nog een hele stroom enthousiaste mensen voor een mij onbekende afstand. Zij moeten nog, ik ben klaar. Ik zie geen borden hoeveel meter ik nog moet, maar ik zie wel rechts over de hekken mijn collega’s en Geerke staan. Een persoonlijke fanclub schreeuwt me naar het laatste stukje van de streep. Ik roep nog even naar ze hoe het met ze is gegaan en ik zie een paar duimen omhoog gaan. Mooi zo, die hebben genoten en dan is mijn dag geslaagd. Weer een paar met hardlopen besmette collega’s erbij. Ik finish met aan iedere hand 3 dooie vingers van de kou en een verkleumde bakkes. Zal wel door die korte pauze komen want daarvoor had ik er geen last van. Mijn klok staat stil op 3:13:31 maar hecht daar geen enkele waarde aan. Ik ben er weer, de hamstring is geïrriteerd maar niet heel pijnlijk aanwezig en die spierscheuring mag ik vergeten vanaf nu. Mooi resultaat dus op medisch gebied. Foliedekentje om en naar
Op naar Rotterdam
Ik fris me op en kleed me om. Dan komen ook John en de anderen binnen. Geweldig leuk om te zien en te horen dat ze het allemaal naar hun zin hebben gehad. Trotse gezichten en hier en daar wat gezonde spierpijn. Het mag. Dan hoor ik het verhaal van de secondestrijd tussen Kevin en Rutger. Kevin heeft gebruik gemaakt van de flauwe maar oh zo leuke handigheid om te “winnen” van je maatje. Ik heb hem ooit eens verteld dat als je loopt met een chip, er een bruto en netto tijdwaarneming is. Als je dan je maatje twee passen vóór je laat starten maar wel uiteindelijk hand in hand over de finish gaat, heb je een seconde gewonnen. Kevin en Rutger lieten beiden hun tijd in hun medailles graveren en het gezicht van Rutger was goud waard toen hij zag dat hij precies 1 hele seconde langzamer was dan Kevin. “Hè, hoe kan dat nou!” . Daar heb ik een woord voor Rutger: “Wraak!”
We maken dankbaar gebruik van de erwtensoep, het roggebrood en de het biertje. Dat laatste sla ik over. Ik wil de BoB wel zijn. Boterhammetje erbij, banaan en wat sportdrank. Zo, deze missie is geslaagd en nou proberen een beetje te trainen voor Rotterdam, of zal ik toch daarvoor nog Utrecht meepakken. Gewoon weer voor de lol.
de kraam met warme thee. Lekker en heel handig om die dooie vingers weer in het land der levenden te krijgen. Dat lukt bij de derde bak en op dat moment hoor ik de speaker omroepen dat “daar weer een dame aan komt; Het is een dame uit Utrecht” en op dat moment kijk ik naar de finishstreep waar ik inderdaad Marjolein (wie anders) binnen zie komen. Goeie genade, weer een 3:27 onder deze omstandigheden is een mooi resultaat. 1e In haar categorie. Bizar. We lopen op naar Orpheus waar we toevalligerwijs alletwee zijn ondergebracht, en maken een mailafspraak voor een volgende marathon-date.