Maanden geleden heb ik in een opwelling of vlaag van verstandsverbijstering mezelf aangemeld voor de 60 van Texel. De n noemt het prachtig, de ander een uitdaging en de volgende noemt het waanzin. Ergens daar tussenin zal de waarheid liggen; 60 kilometer achter elkaar rennen. Eerst leek het leuk maar naarmate de startdatum dichterbij kwam kreeg ik buikpijn. Kan ik dit wel? Wil ik dit wel! Waar ga ik aan beginnen? Maar ja, ik ben Nederlander, had betaald dus ga ik starten. 2e Paasdag 2013 wordt gewoon mijn persoonlijke D-day.
Waar ga ik aan beginnen
Vaak probeer ik een titel van een blog te bedenken die de lading van het stuk dekt. In de aanloop naar deze bizarre tocht had ik er, nog voordat ik gelopen had, al een paar op mijn lijstje staan die zouden kunnen passen. Geen van allen erg hoopgevend maar het geeft aan hoe ik er over dacht.

   "Een boot te ver"
   "Texel of de gladiolen"
   "Gegokt en verloren"
   "Bluffer kansloos afgeslacht"
   "Roadrunner uitgerund"

Toegegeven, ik heb meer gekke dingen gedaan de laatste jaren maar dat was steeds hetzelfde marathon-liedje. Als je de ene week 42 km kan lopen, kan je het de andere week ook en mijn trainingen zijn op die hobby afgestemd. Of ik nou veel of weinig kms maak doet er niet toe; het lukt me toch wel bluf ik me door het jaar heen. Soms binnen een leuke tijd, maar vaak ook met een pauze onderweg omdat ik me door niks of niemand op laat jagen. Het is een spelletje. Maar deze 60? Is dat nou ook een spelletje?! De twitter-timeline barst uit zn voegen van de echte sporters die strakke schemas volgen en met speels gemak trainingen maken van 50 km of meer. En dat zelfs met enige regelmaat de afgelopen maanden. Ik maak daar geen tijd voor en blijf gewoon doen wat ik altijd doe. Eigenwijs dus. Mijn trainingen, of wat daar voor door moet gaan, zien er sinds 1 januari 2013 als volgt uit :
60 van Texel :  I did't my way       1 april 2013
Niet echt een lijst om vol vertrouwen 60 km op Texel mee te gaan doen maar ik ga gokken. Als je er 42 kan, dan zal 60 ook wel lukken. Ik durfde het hardop te zeggen maar de spanning liep de afgelopen weken flink op. Heb ik niet een veel te grote mond gehad. Had ik niet beter moeten luisteren naar alle goeie tips en vooral, had ik niet moeten trainen op rustige lange duurlopen? Ik weet het allemaal niet meer, maar nu is het te laat. Nu maar gewoon aan de bak en zien wat ik waard bent. Het doel wordt finishen, gezond finishen want 13 dagen na dit volgt de marathon van Rotterdam. Voorzichtig hoop ik op een eindtijd gelijk aan mijn startnummer 60204, dus 6:02:04 . Alleen de gedachte al maakt me gek. Ik heb nog nooit in mn leven meer dan 42,2 km achter elkaar gerend en nog nooit meer dan 3 uur 18 achter elkaar gesport. Ik ben knettergek dat ik dit ga doen, maar ik wil het, ik moet het van  mezelf en dus vind ik dat ik het kn, blijf ik mezelf vertellen.
Beter te vroeg dan...
Maandag 1 april 2013. Tweede Paasdag. Ik haal dochter Maaike en haar vriendin Anne op die vandaag met me mee gaan naar Texel. Fietsen achterop de auto en binnen 5 kwartier staan we op de parkeerplaats van Texel. Alles gaat zo soepel dat we een boot eerder hebben dan we uiterlijk nodig hebben en daar ben ik blij mee. Liever heb ik aan de overkant wat extra tijd om me daar voor te bereiden. Aan boord ontmoet ik Gerard en aan de overkant begint de renie met Marco, Fabiola, Gnter, Gerard, Cisca, Pascal, Barry, Syl, Ren en nog meer bekenden. Ook Marjolein schuift binnen ik schat haar in op een half uur sneller dan haar 5 uur 45 van vorige keer. Ze weet het niet en zal wel zien. Klinkt heel bekend dat liedje. Ik zelf sterf inmiddels van de zenuwen en bibber echt niet alleen van de kou. Er wordt voortdurend tegen me gezegd dat ik het heus wel ga halen maar volgens mij zijn er toch een paar bij die daar niet zo zeker van zijn. Maximaal 42 kilometer snelhobbelen op asfalt is een andere wereld dan de 60 km van Texel, waarvan een groot deel onverhard. Ik probeer me groot te houden maar zelfs wie me niet kent moet gezien hebben dat ik bang ben voor wat me te wachten staat.
Hier gaat het vandaag dan gebeuren. De start is vlak naast de boot en de finish over 60 km is in Den Burg. De spanning blijft en ik ben dolblij dat ik daar vandaag eindelijk een punt achter kan gaan zetten. Finishen of de bezemauto. Eigenlijk maakt het me niet meer uit, als ik er maar van af ben. Niet iedereen om me heen vond het een verstandige keuze van me dat ik mee zou gaan doen, maar ik weet dat ik mezelf niet stuk ga lopen. Liever stap ik uit voordat het mis gaat en die discipline heb ik echt wel. Denk ik. Ik zal wel zien waar het schip strandt. Uit de verschillende verhalen die ik van andere lopers hier over gelezen heb weet ik dat genoeg eten en drinken belangrijk is. Laat ik dt dan maar eens als toverwoord gaan gebruiken vandaag. Pauzes nemen en goed voor mezelf zorgen. De eindtijd is van geen enkel belang, als ik maar heel blijf.
De zestig van Texel start bij de boot vandaan en dan om de Mokbaai heen. Een mooi gebied maar het leidt volgens mij naar de poorten van de hel. De hel betekent voor mij in dit geval het strand. Na 5 km mag ik het strand op en bij het 11 km punt er weer af. Even door het bos en dan tussen de 17 en 23 km weer strand, om dan pal noord te lopen door het natuurgebied naar de vuurtoren bij de 35 km. Daar vandaan hoef je alleen nog maar 25 km een beetje naar beneden te hobbelen langs de dijk en door de dorpjes en dan ben je er al. Valt eigenlijk wel mee dus  Vandaag genieten we van zeker windkracht 5 uit het noordoosten. Op het strand dus lekker tegenwind om het geheel een feestelijk tintje te geven. De zon schijnt maar met 3 graden voelt de wind, zeker op de open stukken langs de zee, als een snijdende vrieskou. Niet janken Frank, het kan slechter, veel slechter.

Daar ga ik dan, te snel natuurlijk
In de zon en in de wind staan we klaar voor de start. Eindelijk, we mogen. We moeten. Maaike en Anne zijn op de fiets al vertrokken naar het 20 km punt om mij daar ergens aan te moedigen. Die hebben dus ook tegenwind en ik hoor Maaike in gedachten al mopperen wat me, vergeef me, een vaderlijke grijns oplevert. Mijn horloge heb ik ingesteld op het gemiddelde tempo wat ik gelopen heb en op mijn snelheid op dat moment. Voor de rest loop ik vandaag "blind". Ik weet niet wat ik kan of wat ik wil dus waar zou ik me dan op moeten focussen? Het startschot valt en we vertrekken, uitgezwaaid door Cisca en Sylvia. De meute vertrekt en voor me uit loopt Marjolein die een heel ervaren ultraloopster is. Ik weet wat er de komende minuut gaat gebeuren en ik bereid me er op voor. Mijn kruissnelheid ligt in het begin altijd (te) hoog maar dat boeit me niet. Aan het einde lever ik hoe dan ook altijd tijd in door lange pauzes en wandelen, als ik aan het begin maar lekker kan lopen. Na een paar honderd meter loop ik Marjolein voorbij en ja hoor, ik had er een miljoen onder durven te verwedden want daar komt het onverbiddelijke Rustig starten Frank. Niet te snel. Het is Marjolein die mij met al haar ervaring tegen mezelf wil beschermen. Ik weet dat ze gelijk heeft, meer dan dat zelfs, maar ik wil het niet. Dit is een tempo dat me lekker ligt en instorten doe ik straks toch wel; Welk tempo ik ook loop. Ik steek een duim op als teken dat ik haar gehoord heb en ga toch gewoon verder met de zekerheid dat ze mij wel super-eigenwijs zal vinden. Als ik vandaag uit moet stappen zal ik dit moment nog wel een paar keer om mn oren krijgen vrees ik. Doorlopen dus maar, doorlopen Frank, richting het strand.

Zandbak
Dat ik een asfalt-fan ben is bekend maar ook een stukje strand kan ik wel hebben. Als training dan bij heel mooi weer, maar liever niet als het echt ergens om gaat. Na de Mokbaai komt dus het eerste stuk strand. Ik schat dat het een kilometer of 7 gaat worden en heb er zo mijn beelden bij. Beelden die passen bij Noordwijk, de Berenloop op Terschelling en de Kustmarathon in Zeeland. Ik verwacht een meter of 50 mul zand en dan een vloedlijn waar je redelijk goed kan lopen. Maar al wat ik zie als ik het strand op kom geen kustlijn. Ik zie alleen maar zand, zand, zand. Wat is hier aan de hand! Ben ik in de Sahara beland?! Links zand, rechts duinen en voor me uit alleen maar zand.
Een vlaggetje geeft aan dat ik kennelijk op het juiste pad ben, maar van een pad is totaal geen sprake. Helemaal in de verte zie ik weer iets dat op een vlag lijkt en voor me uit lopen nog andere deelnemers die er kennelijk meer van overtuigd zijn dat dit de juiste route is dan ik. Door deze zandbak ploeter ik verder in de richting van God mag weten waarheen. Als ik hier in elkaar stort wordt ik over een paar jaar uitgedroogd gevonden naast het skelet van een kameel, tenzij een of andere Nomadenstam me voor die tijd vindt. Ik ben nog geen 6 km onderweg en heb nu al vraagtekens of ik dit wel ga redden. Hoe lang gaat dit nog duren?! Achteraf valt alles mee dus ook aan dit eerste geploeter door deze zandbak voor volwassenen kwam een einde. Op het 11 km punt mag ik het strand af en een stukje bos in. Hier krijg ik weer vaste grond onder de voeten en ik probeer het ritme, mijn eigen ritme, weer te pakken te krijgen. 
Lastig na dit krachtwerk op het strand maar ok, het lukt redelijk. Glooiende duinwegen en ik begin er weer wat plezier in te krijgen. Ik probeer het tempo toch duidelijk lager te houden dan ik zou willen, met in gedachten nog steeds de Rustig starten Frank. Niet te snel. van Marjolein als goed advies. Dan mag ik bij het 17 km punt voor de tweede keer het strand op. Hier lopen flink wat wandelaars op het strand die stuk voor stuk bemoedigende woorden roepen en soms ook meewaardig kijken. Die weten zeker dat we hier vandaan zo ongeveer nog een hele marathon moeten lopen.
Hier kunnen we soms kiezen; links of rechts om een binnenzeetje heen. Soms door de schuimranden van de branding en altijd oppassen om geen natte voeten te krijgen. De wind zorgt er voor dat het flink stampen wordt. Ik probeer de tips van coach Coen toe te passen en heb veel aandacht voor het benen- en voetenwerk. Hier niet op je hak landen want dan zak je onverbiddelijk weg in het natte zand, en juist iets voorovergebogen tegen de wind in met korte passen proberen een ritme te vinden. Het valt niet mee, maar dan gaat gelukkig de telefoon. Het is Maaike die aan is gekomen op zo ongeveer het 21 km punt. Ze staat voor me klaar. Nog een paar kilometer stampen en dan ben ik van dit strand af en ik denk nog even terug aan de Kustmarathon van oktober 2012 in Zeeland waar ik op het strand veel heb lopen wandelen. Hier nog niet vriend, hier ga je rennend overheen. Je moet nog een heel eind vandaag.
Voordat ik bij Maaike en Anne ben staat mijn andere fanclub uit Tuk (ja dat bestaat, het is een plaats vlak bij Steenwijk) langs de kant. Het is de complete familie Wolf die me aanmoedigt net als bij de Midwintermarathon in Apeldoorn. Ik maak een korte stop en praat even bij hoe ik me voel en hoe zwaar ik het vind tot nu toe. Maar aan de andere kant ook hoe leuk het ook is deze uitdaging met mezelf aan te gaan. Ik wankel nog tussen hoop en vrees en ga in vliegende vaart verder naar Maaike die iets verderop staat.
Uiteraard maak ik ook bij Maaike en Anne even een praatje. Die zijn tenslotte speciaal voor mij gekomen. Maaike begint gelijk te vertellen dat het zwaar fietsen was deze kant op omdat ze het hele stuk tegenwind hadden. Ik schiet in de lach en reageer verbaasd met een knipoog dat ik daar niks van begrijp omdat ik juist het hele stuk wind mee had. Kom op zeg bikkels; ik afzien, jullie ook afzien. Het verschil is dat IK nu nog 38 km verder moet rennen en jullie waarschijnlijk ergens uit-de-wind-in-de-zon aan de warme chocolademelk gaan. Ik blijk er niet veel naast te zitten met die veronderstelling.
Kort vertel ik nog hoe het eerste stuk is gegaan en dat het zwaarste deel van het parcours er bijna op zit. Nog twee derde te gaan en ik ben weer onderweg.
Na nog een dikke kilometer mag ik voorbij de Koog het strand weer af. Publiek moedigt aan tijdens de klim om het duin over te komen en gelijk daarna is een drankpost waar ik gebruik van maak.
Wat dat aangaat heb ik alle wijze raad ter harte genomen. Overal een klein beetje drinken en liefst ook wat eten.


Tot nu toe werkt dat prima en als ik het pad naar beneden af ren staat Fabiola als vaste fanclub uit Zeeland klaar om me aan te moedigen n natuurlijk om een foto te maken.
Goed, dit was best pittig tot nu toe en nu gaat het richting het noordoosten, met tegenwind naar de vuurtoren.
De route op Texel is zeker heel afwisselend. Bij de Mokbaai een bijzonder natuurgebeid, daarna de woestijn van De Hors, het strand, het bos en nu wordt het een duingebied richting de Slufter. Onderweg probeer ik om me heen te kijken en te genieten van wat het landschap te bieden heeft. Richting de Slufter zijn er mooie stukken waar ook veel wandelaars gebruik van maken. Ze maken ruimte en moedigen aan. Stukje bij beetje gaat het richting de vuurtoren. Sommige paden zijn onverhard en gaan door puur natuur. Andere wegen bestaan uit vastgereden puin waar je op moet letten waar je je voeten neer zet. Als je hier in De Slufter misstapt en je enkel verzwikt, moet je morgen tegen de dokterassistente zeggen dat je last hebt van je Slufter en dat wil je niet. Opletten dus en als maar verder gaan.
Eindelijk krijg ik een bekend punt in beeld dat ik in februari bij mijn verkenningstocht ook al gezien heb. De anwb-paddestoel die aan geeft dat je ver weg bent van de bewoonde wereld en waar je heen moet als je vuurtoren wilt zien. Ik dribbel lekker verder en kom met een gelukszalig gevoel langs de drankpost bij de 30km. Ik ben op de helft en hoef nog maar 29,9 km. We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal
Omkeren en terug
Dan komt eindelijk die maffe vuurtoren in beeld. Ja inderdaad, maf, want ik had verwacht dat ding al veel eerder te kunnen zien als richtpunt. Hij is kleiner dan ik had gedacht want hij kwam pas op het allerlaatste moment achter een duin vandaan. Goed, vuurtoren gezien dus nu gaat het rechtsaf naar de kant van de Waddenzee om daar naar het zuiden te lopen. Precies op het moment dat ik de drankpost bij de 35 km in beeld krijg gaat te telefoon. Het zal Maaike zijn en ik beantwoord het gesprek. Niemand kan dat zien want uiteraard loop ik met de "oortjes" in en een klein microfoontje aan m'n jack. Het is Stephanie (billboard supporter van Rotterdam 2012) die wil weten hoe het met me gaat. Terwijl ik haar aan de lijn heb en het lijkt alsof ik volkomen in de lucht aan het praten ben, kom ik bij de drankpost aan. De mensen daar horen me praten maar zien niemand om me heen. Ik zie al een medewerker z'n telefoon pakken om mogelijk de EHBO te bellen. Hij zal vermoeden dat ik de kluts kwijt ben en in mezelf aan het praten ben, dan wel tegen een fata morgana. Het duurt even voordat ze door hebben dat ik lekker met het vaste land aan het bellen ben en dan is hun paniek verdwenen. Ik besluit hier weer een lange pauze te nemen om goed te drinken en te eten. Het kost de vrijwilligers achter de kraam wat moeite om te maken te hebben met een sporter die geen haast heeft, maar er ontstaat een leuk gesprek als ik mijn doel van vandaag vertel. Finishen in een - het zal me een zorg zijn - welke tijd, als ik maar lol heb. Tot nu toe gaat dat nog aardig en met een grote zwaai vertrek ik.
De mooiste stukken van de route heb ik wel gehad denk ik. Nu gaat het naar het fietspad langs de Waddenzee ter hoogte van De Cocksdorp. Recht toe, recht aan.

Gelukkig nu wat vaker wind mee, of eigenlijk meer van links. Het stampen gaat over in een lekkere dribbel maar de wind die over zee aan komt blijft koud. Zeker boven op de dijk waar het eindeloos saai lijkt te worden is het nog puur natuur.
Maar goed, inmiddels al dik 40 km onderweg dus nog maar 20 te gaan. Nog mr 20. Niet te lang over nadenken en door blijven gaan. Soms aan de waterkant van de dijk, soms aan de landzijde. Alles heeft zo z'n charme. Echt helemaal in de verte kan ik nog net iets zien wat op de contouren van de afsluitdijk lijkt.
Plotseling, heel plotseling, staat links in de berm een plankje. Het lijkt een stukje wrakhout en er staat met verf "Marathon" op gekliederd. Hoppa! De marathon zit er op. Nog maar 18 km te gaan en dan ben ik ben klaar. Nog nooit in mijn leven heb ik meer dan de marathonafstand van 42,195 km gelopen dus elke stap die ik vanaf nu zet is in ieder geval een afstandrecord. Dat doel heb ik dan tenminste gehaald vandaag.
Alleen overkomt me dan wat me iedere keer overkomt aan het einde van een lange loop. De motivatie valt een beetje weg. Ik weet nu, of denk te weten, dat ik het wel ga halen en de druk gaat er af, dus ook de reden om door te blijven rennen. Een stukje wandelen mag toch ook wel? Honderd meter wandelen gun ik mezelf, daarna weer 900 meter rennen. En dat begint zich te herhalen, veel te vaak, maar niemand die het ziet of het moeten een paar schapen zijn langs de kant. Hoewel, die hebben iets ander om zich druk over te maken geloof ik.
Ik probeer het dribbelen op mijn tempo vol te houden en dat lukt aardig, mits ik mezelf die wandelpauzes gun. Nee, ik heb nergens pijn, geen kramp, maagklachten of wat dan ook, maar dat komt misschien juist doordat ik mezelf niet over de kop jaag. Tijdens het wandelen, nooit meer dan 100 meter, geniet ik van het landschap en het feit dat ik hier nog steeds gezond kan lopen. Op deze manier kom ik toch maar mooi in Oosterend aan. Dit pakt niemand me meer af.
Even zitten
Bij de drankpost op de 50 km ga ik even zitten, net als ik al deed bij de 45 km. Gewoon om even rustig te kunnen drinken en een stuk banaan en koek te eten. Ik weet het, ik weet het; dit heeft niets met hardlopen en duursport te maken, maar van wie moet ik het dan op een andere manier doen? Dit is mijn manier om het te halen. Via Oosterend terug naar de dijk en in de verte zie ik Oude Schild al liggen. Dan belt Maaike weer op en ik vertel dat ik nog maar 6 km hoef maar dat ik wel af en toe aan het wandelen ben. Ze motiveert me om het laatste stuk gewoon op deze manier af te maken. Met Anne zit ze bij de finish lekker in het zonnetje en het doet heel erg goed om daar op de dijk een bekende stem in m'n oor te hebben. Wel een domper op deze dag omdat Maaike vertelt dat Pascal op de 35 km uit moest stappen met rugklachten. Ik baal voor hem. Hij heeft er zo hard voor getraind en naar toe geleefd. Eerlijker was het geweest als dit mij was overkomen omdat ik me nauwelijks had voorbereid en niks te verliezen had. Sorry Pascal, volgende keer heel veel succes en dan loop jij hem uit.
Ik heb werkelijk geen idee hoe laat het is en het boeit me ook totaal niet. Ik loop nog steeds zonder ergens last van te hebben. Kennelijk kijk ik toch zorgelijk uit m'n ogen want van een gezin dat onderweg op de dijk staat krijg ik twee druivensuikertjes die ik dankbaar aanpak.

Om de haven van Oude Schild heen en als ik ook dat heb gehad hoef ik nog maar een klein stukje dijk. Nog maar 5 kilometertjes en dan ben ik er. Dan ben ik klaar, dan hoef ik niet meer en dan is het over.  Vanaf dat punt staan langs de route per kilometer grote borden die van 5 naar 1 aftellen. Vijf hapklare brokken van elk een kilometer.
Gehaald!
Ik dribbel en wandel richting de finishplaats Den Burg en iets wat op een overwinningsgevoel kan lijken daalt over me heen. Dit ga ik dus halen vandaag, dit kan niet meer fout gaan. Zestig kilometers wegwerken achter elkaar door. Ik kijk achterom, voor het eerst vandaag, gewoon om te kijken wat er eigenlijk achter me gebeurt nadat ik inmiddels 56 kilometer lang vooruit heb gekeken. Een terugblik op wat ik gedaan heb, waar ik vandaan kom. Niet zo gek ver achter me zie ik iets (excuseer) kleins in het zwart aan komen rennen geflankeerd door een mountainbiker. Gezien kleding en postuur kan het haast niet anders dan dat het Marjolein is. Als ik op bij het 2 km bord weer met mijn rituele pauzewandeling bezig ben hoor ik naast me inderdaad Marjolein die me aanspoort om die laatste 2 kilometer samen af te maken. Zonder dat het me moeite kost maak ik die laatste kilometers rennend af waaruit gewoon blijkt dat het wandelen komt door totaal gebrek aan prestatiedrang en motivatie. Ik kan het dus wel, door blijven rennen, maar ik wil het kennelijk niet genoeg. Nog even aanzetten voor de laatste meters tot de streep en dan is het zo ver; ik heb het gehaald! Dus toch gehaald !!
Met een gevoel van "dit was het dan" ga ik over de eindstreep in 5:14:51 en pas dan heb ik in de gaten welke tijd ik gelopen heb. Het was tot dat moment totaal niet van belang en nog steeds hecht ik er weinig waarde aan. Maar toch, 5 uur 14 is niet verkeerd gezien mijn voorbereidingen. Volgens mijn GPS horloge heb ik tussen start en finisch 4 uur 58 minuten bewogen, dus stilstaande pauzes van totaal ruim 16 minuten. Het kan dus sneller, als ik maar wil.
Na de streep word ik opgevangen door Maaike, Anne en Cis met familie. De prijs vandaag is een arm om me heen en een fles water. Helaas geen medaille die ik normaal gesproken ook niet belangrijk vind, maar juist dit keer had ik hem beloofd aan Tjitske. Ze zal het met het gebaar moeten doen.

Voor mijn gevoel krijg ik vandaag de hoofdprijs en die is dat ik hem, de Zestig van Texel, heb uitgelopen. We vieren het in de kantine met een biertje (en nog een biertje) waarna ik ook nog een kom tomatensoep naar binnen werk en vrolijk naar de doucheruimte ga. Even zo vrolijk kom ik later weer naar buiten en ik ben meer dan verbaasd dat ik werkelijk totaal nergens last van heb. Mijn buik en spieren voelen goed, en verder voelt heel mijn lijf alsof ik lekker bezig ben geweest. Totaal geen pijntje of kramp. Bizar, leuk en geweldig. Het ging dus vandaag wel lekker, al deed ik het dan op mijn manier.
Organisatie en alle vrijwilligers van de 60 van Texel, bedankt voor de leuke dag. Het was mooi, het was leuk en mijn eerste ultra-loop zal ik nooit vergeten.

Nu, vijf dagen na de 60 van Texel, zeg ik volmondig:  Dit (n)ooit weer.