Vaak begin ik mijn verslag over een marathon met gezeur over een slapeloze nacht, het tot in de perfectie inpakken van een veel te grote tas en het instellen van het sporthorloge. Dit keer doe ik het anders. Ik ga het er niet over hebben dat ik tot 2 uur het plafond heb bewonderd en het tot 6 uur heb weten te rekken op bed. Daarna kon ik de slaap al helemaal niet meer vatten. Wat een nacht; die marathon Leiden heb ik voor m’n gevoel al gelopen.
Alwéér de laatste keer Leiden              26 mei 2013
Waar ben je nou?
In de rugzak dit keer alleen het hoogstnodige want ik wil na afloop van de marathon nog even de binnenstad in; kijken naar de finish van de 10km, dus alle ballast uit de tas. Ik bof dat ik met een collega mee kan rijden die deze dag in Leiden moet zijn. Mooi op tijd sta ik in Leiden en dat geeft me de gelegenheid om John en Marjolein van het station te halen. Naast elkaar komen ze het stationsgebouw uit en blijven 20 meter voor m’n neus staan om me te gaan bellen. Oké, ik geef toe, sinds de 60 van Texel hebben we elkaar niet gezien maar heel veel cosmetische ingrepen, botoxjes en facelifts heb ik niet laten doen. Hé hallo, hier sta ik. We gaan naar onze kleedruimtes en hebben ruim de tijd om bij te praten. Echte doelen voor vandaag stellen we niet. Hoewel? Ik wil zelf proberen lekker vlot van start te gaan om zó veel marge te hebben dat ik ondanks ingecalculeerd verlies toch in de buurt van mijn PR uit kan komen.

De rug van Robin
Het rituele druivensuikertje en de sportdrank werk ik onderweg naar het startvak naar binnen. Ik mag gelukkig vooraan starten en dat is altijd lekker. Op de startlijn kom ik ook Ruben en Ronald tegen. Na het, net zoals verleden jaar hier in Leiden, wat sfeerloze zingen van het volkslied, gaan we mooi op tijd weg. Weg voor 42 onzekere kilometers zonder regen maar wel met veel wind vandaag. Gelijk weg in mijn eigen tempo zonder veel gedrang en dat gaat lekker. Na 2 kilometer zie ik een bekende rug voor me lopen. Het is de rug van collega Robin die me van de week vertelde onder de drie uur te willen lopen om zijn startplaats voor de komende marathons veilig te stellen. Als ik vlak achter hem loop brul ik naar hem met de vraag waar hij zo snel heen gaat. Verschrikt kijkt hij om en als hij ziet wie er in zijn nek hijgt, komt er een grote grijs over zijn gezicht. Ik beschuldig hem er van dat het tempo dat hij nu loopt helemaal niet op een sub3 is gericht maar zelfs ver onder de 2:45. “Klopt.” roept hij, en wijst op zijn polsbandje waar de tijden op staan voor een schema dat leidt tot 2:50. Maar dan nog loopt hij veel harder dan nodig. “Marge opbouwen Frankie.” zegt hij. Oké Robin, dan loop ik wel een stukkie met je mee en zien we wel waar het schip strandt, als jij je sub3 maar haalt.
Marathons zijn leuk
Vanaf Lammenschans lopen we richting Zoeterwoude en we blijven keurig 3 minuut 50 per kilometer lopen wat neer komt op 15,7 km/uur en een eindtijd op zou leveren van 2:42. Het komt niet eens bij me op dat we dat ook gaan halen, maar wie weet kom ik vandaag wel in de buurt van mijn PR van 2:45, en anders hebben we een kwartier speling om die sub3 te gaan halen. Mooi vlak lopen we verder, wisselen af en toe wat onzinnigheden uit en bij Zoeterwoude-dorp slaan we linksaf de nieuwe route op die ons dit jaar één lange ronde van 42 km laat lopen in plaats van 2 rondes van 21. Door de polder richting Hazerswoude-Rijndijk en de eerste stukjes wind blazen ons verfrissend in het gezicht. Dat noemen ze ook wel “tegenwind” en als het blazen met meer dan geringe kracht gaat spreken lopers dat uit als:  “Shit, door die kl*tewind gaat het niet lukken vandaag!” We verliezen de moed niet, blijven de lol er van in zien en kunnen hetzelfde tempo doorrammen. Robin heeft nog nooit samen met mij gelopen en moest bij de tunnel onder de N11 met een big-smile even kwijt; “Ik wist niet dat je tijdens een marathon ook mocht lachen.”
Waaiwind uit het noorden
Door de tegenwind in de polder zijn we een paar tellen kwijtgeraakt, maar niet veel. Hoewel… Ik reken wat en het waren toch 10 seconden op een relatief kort stuk. Als we straks na Koudekerk pal noord moeten tot Roelofarendsveen krijgen we nog veel méér van die stukken, veel langere stukken ook, en dat kan het tempo flink dalen. Regen en kou kunnen me nooit deren, maar wind des te meer. Met het lang draaien van een hoog tempo heb ik nooit problemen, maar dan moet het niet waaien, en zeker niet zoals vandaag. Zo ver is het nu nog niet. Eerst bij Zoeterwoude-Rijndijk de Rijn oversteken via een ponton dat speciaal voor de hardlopers vanmorgen door de genietroepen is aangelegd. Mooie prestatie van deze mannen en zonder hun werk was er van deze route geen sprake geweest. Na het ponton gaat de halve marathon linksaf richting Leiderdorp maar wij, de hele, mogen rechtsaf naar Koudekerk.
Een lege weg, windje schuin links-achter en het gaat wel heel makkelijk zo. Als ik nu niet uit kijk gaat de turbo er op en die ontploft ruim voor de finish, een bekend verhaal bij mij. Beetje remmen en Robin mee op sleeptouw nemen. Dat laatste lukt deels en in overleg loop ik even los van hem verder, iets voor hem uit maar het verschil is minimaal. Gezien zijn kracht en zes keer trainen in de week trekt hij zo wel weer bij. Nog volledig op snelheid kom ik in Koudekerk aan waar het bij de Brugstraat, Hooge Waard en Lage Waard gezellig druk is met toeschouwers en ook veel collega’s hebben de moeite genomen om de lopers aan te komen moedigen. Ook Jelle staat er tussen en die weet na zijn eerste marathon van een maand geleden in Rotterdam maar al te goed waar wij nu mee bezig zijn.
Na een kort stukje Lagewaard staat in de bocht bij de Mattenkade mijn thuisfront Petra en Tjitske met spandoek klaar om me succes te wensen. Natuurlijk maak ik een korte stop bij ze want tijd voor een fanclubzoen is er altijd. Ik mag/moet verder en zij blijven staan, voorzien van mijn lijstje met namen en door mij geschatte doorkomsttijden van andere bekende lopers zoals Rafael, Ronald, Marjolein, John O en John S. Allemaal komen ze mooi op tijd langs en krijgen de verdiende aanmoedigingen van de roadrunner-fanclub. Het zijn broodnodige aanmoedigingen op precies het goeie punt van de route want hier gaan we de hoek om richting Hoogmade.
Dit gaat strak tegen de wind in, beschutting nul-komma-nul en het voelt alsof je tegen een onzichtbare muur loopt. Beng. Tempo weg, cadans foetsie, terugschakelen, kortere pas, meer op de voorvoet landen en meer vloeken. Dit is niet mijn ding zeg, vreselijk. Hier op dit stuk van de route ken ik zo ongeveer elke grasspriet, elke boom en elke klinker. (Er lag asfalt maar daar kan je tekstueel niet zo veel mee, dus hou ik het op klinkers.) Door de wind gaat het bij mij niet meer als vanzelf en verlies ik al snel veel tempo, dus verdwijnt het plan om in de buurt van mijn PR te komen als sneeuw voor de zon. Maakt niet uit, het zou ook niet terecht zijn geweest gezien mijn weinige lange trainingen de afgelopen weken. Oké oké, ik beken het gewoon. Ik ben geen getraind lange-afstandloper maar klooi gewoon maar wat aan. Zodra het weer of het parcours dan tegen zit komt er zand in de anders zo soepel draaiende motor. Daar word ik echt niet droevig van want het is het directe gevolg van mijn manier van sport en sportbeleving.

Als ik in de buurt van Hoogmade kom krijg ik ook nog steken in m'n zij en dat is volgens mij pas de tweede keer dat me dat overkomt tijdens een marathon. Hoe het komt, geen idee, maar kom er maar eens van af. Strekken? Knijpen? Drinken? Ik weet het allemaal niet meer en ben blij dat ik in Hoogmade aan kom waar Maaike, René en Henny op me staan te wachten om me vooruit te schreeuwen. Maar ik weet inmiddels dat het PR niet gaat lukken en heb ook geen zin om mezelf in het rood te lopen voor een tijd die daar net boven ligt. Een PR of snelle tijd is voor mij totaal geen doel dat ik moet halen, en daarom schakel ik met net zo veel plezier over naar andere doelen. Ik kies er nu voor om een sub3 te lopen en gewoon te genieten van de marathon. Dat geeft me nu ruim de kans om bij Maaike te stoppen en wat te drinken
.
Het gezicht spreekt boekdelen. Even een korte pauze, vertellen hoe het (niet) gaat en wennen aan het nieuwe doel, die sub3. Daar mag ik vandaag wel tevreden mee zijn gezien wind en steken. Gewoon maar genieten van de natuur, de sfeer langs de route en het feit dat ik hem wel uit ga lopen. Want dat laatste ga ik echt doen, hem uitlopen, al moet ik hem kruipen. Ik haak bij Robin aan en via het meest saaie stuk van de route vlak langs de A4 gaan we naar Roelofarendsveen. Ik laat Robin weten dat ik te veel last heb van de steken en dat ik dit tempo zo niet door kan blijven draaien. Hij probeert me moed in te praten maar ik weet dat ik een blok aan zijn been ga worden en stuur hem verder. Gaan Robin, die sub3 moet jij gaan
halen om straks in Berlijn vooraan te kunnen starten. Voor mij maakt het allemaal niks uit. Gaan jij, succes en tot straks. Ik loop met opzet nog een klein stukje met hem mee tot vlak voor een bocht en als hij de hoek om gaat, stop ik in die bocht. Hij ziet me niet meer en kan dus ook geen poging doen me mee te trekken en zijn eigen tempo te laten zakken. Wie weet dat wat drinken en een ontspannen o-h-praatje met het publiek me helpt tegen de kramp. Het helpt een klein beetje en omdat je met praten met publiek geen stap dichter bij de finish komt ga ik toch maar verder.
Er volgen dan hele rare laatste kilometers. Veel dribbeltjes, hier en daar een praatje met het weinige publiek en dan maar wéér verder. In Oude-Ade werd me een massage aangeboden in de brandweerkazerne, maar de gedachte dat ik daar onder handen genomen zou worden door 10 spuitgasten maakte de beslissing om weg de sprinten redelijk eenvoudig. Ik heb zo m'n voorkeuren, en deze vorm van massage valt daar niet onder. Onderweg naar Leiderdorp zie ik Robin nog voor me uit rennen in zijn opvallende Amsterdam-Marathon shirt dat ook bij mij in de kast ligt. Soms loop ik wat op Robin in, en als ik ga wandelen, raakt hij een paar keer uit het zicht. Gezien mijn eigen tijd en tempo weet ik nu al de Robin zijn sub3 gaat redden. Mooi. In Leiderdorp komt Ruben me achterop lopen en probeert me mee te praten. We lopen 300 meter samen op maar dan stuur ik ook hem verder. Hij loopt echt heel makkelijk en soepel en ik vandaag niet. Door jij, we zien elkaar na de finish wel weer. Even verderop in de straten van Leiden fietst good-old Roparun Tref&Co maatje Martin een stuk met me mee. Echt een topsupporter die er altijd voor me is als het even tegen zit. Hij spreekt uit wat ik denk: "Gewoon lekker uitlopen Frank. Je hoeft niks te bewijzen. Aan niemand. Je weet dat je het kan. Genieten en je komt echt wel onder de drie uur." Dank je Martin. Deed me goed dat je er was en ik hoop ook jou een keer naar de streep te kunnen begeleiden.
De laatste brug, de laatste meters en dan langs het water de binnenstad in. Hier wel veel publiek, leuke sfeer en inmiddels ook de zon er bij. De benen hebben de laatste kilometers heel makkelijk weggewerkt in een zondagmiddagtempootje. De laatste meters tik ik weg en vrolijk, ontspannen, opgelucht en blij dat ik weer gezond mag finishen kom ik als 17e over de streep in 2:57:54 . Helemaal niet zo verkeerd voor een marathon die na de 16 km als een plumpudding in elkaar zakte.
In het uithijgvak krijg ik mijn medaille, wat te drinken en zoek ik Robin. Helaas, die is al weg maar bij de jurypost krijg ik te horen dat hij 5 minuten voor mij is gefinisht. Gaaf, die heeft dus zijn sub3 makkelijk gehaald. Gefeliciteerd Robin. Ruben loopt een dik PR. Klasse! Ik raak in het finishvak in gesprek met mensen aan de supporterskant van het hek die wachten op hun collega die zijn eerste marathon loopt. Ik vertel ze gelijk maar dat, als hij zegt dat het zwaar was, hij helemaal gelijk heeft. De wind maakte het extra pittig vandaag. Ze vinden dat ik er nog gezond en vrolijk bij sta. "Alsof je niet gelopen hebt!" Inderdaad voel ik me helemaal prima. Door die tweede helft in een soort van slow-motion af te werken was het meer een herstelloopje van de eerste helft. Zo kan je een marathon dus ook afwerken; Een halve op tempo en een halve als uitlopen. De onbekende Deborah is zo vriendelijk om even aan mijn thuisfront te twitteren dat "Frank is gefinisht in 2:57 en staat fris en fruitig tegenover me". Handig dat twitter.

Nu wil ik wachten op mijn sportmaatjes en terecht (maar zonder dat het lukt) probeert de organisatie mij het uithijgvak uit te praten. Nog niet nodig volgens mij want het is nog heel rustig rond de finish en ik wil zien op welke tijden ze binnen komen. Gaat Ronald onder de 3 uur binnen komen? Hoe laat komt Rafael binnen en welke ongetwijfeld strakke tijd gaat Marjolein lopen? De klok tikt verder en helaas komen verder geen bekenden binnen voordat de klok op 3:00:00 staat. Rafael komt kort daarna binnen en het is leuk om hem te verwelkomen. Ik kijk verder de kade af en zie Marjolein aan komen. Die zweeft over de streep in 3:17 en dat is wéér een minuut van haar PR. Het was vandaag door die wind een parcours voor echte vechters en hier staat er dus eentje tegenover me. Diep respect. Marjolein is 4e dame en via de Pieterskerk, waar de prijs opgehaald kan worden, gaan we naar de kleedruimtes. Ook John O komt daar binnen, is gematigd tevreden over zijn nette tijd en stapt toch zingend onder de douche. Op en top sportman. Hij gaat als eerste naar huis maar en Marjolein en ik lopen via de gezellige en superdrukke finish van de 10km-run ook richting station.

Mijn volgende marathons staan al gepland; 5 oktober de Kustmarathon, 20 oktober in Amsterdam en 3 november de Berenloop op Terschelling. Gekker nog, ik ben inmiddels ook overgehaald om 13 oktober in Eindhoven mee te lopen met de afspraak dat ik daar een strakke tijd moet lopen met Ines. Dat zijn inderdaad 4 marathons in een maand maar dan is het ook echt klaar dit jaar. (Denk ik).

In de trein naar huis raak ik in gesprek met mezelf. Een schizofreen is nooit alleen dus handig voor je zelfreflectie.

Ben ik nou tevreden met mijn eindtijd van 2:57?
     Waarom niet, het is toch een mooie tijd onder de drie uur!
Maar ik had eigenlijk beter gewild en weet dat ik sneller kan.
     Dan had je harder door moeten lopen.
Maar het ging toch best wel snel zeg. Sneller kan ik niet.
     Als je niet sneller kan, dan moet je het starttempo langer volhouden.
Ja hallo, door die wind lukte het na de 16 km gewoon niet meer.
     Smoesjes. Anderen hadden dezelfde wind als jij maar liepen zelfs een PR.
Weet je wel hoe vaak die trainen? Die zijn beresterk!
     Ik hou je niet tegen. Maak schema's en ga vol aan de bak.
Dat wil ik niet. Twee keer per week is zat. Het moet wel leuk blijven.
     Dan moet je ook niet zeuren over die 2:57 van vandaag.

"Station Alphen aan den Rijn...."