Vluggertje op de club      8 nov 2014
Sinds mei ben ik lid van atletiekvereniging AAV'36 in Alphen. Ik heb gekozen voor de status "Niet trainend lid" wat dus meer een administratieve lidmaatschap is. Ik was er welkom en kon via AAV'36 nu een wedstrijdlicentie krijgen van de Atletiekunie. Dat laatste is soms handig om niet uit de categorie-uitslagen bij wedstrijden geschrapt te worden. Klinkt raar maar dat gebeurt echt, zoals b.v. bij mijn marathon Leiden 2011. Nu kan ik dus ook mee doen met de clubkampioenschappen op de 5 km.
Even schakelen
De marathons in Graz en Amsterdam in oktober, en op Terschelling verleden week, hebben wel uithoudingsvermogen en vermoeide spieren gekweekt, maar het snelle tempo is daardoor totaal verdwenen. Nu heb ik alleen het probleem dat ik over een week bij de 7 Heuvelenloop in Nijmegen een hele vlotte 15 km moet lopen. Onzin natuurlijk om te denken dat je binnen twee weken via trainingen je tempo nog op kan krikken. Het snelle tempo dat ik nodig heb zal nog wel ergens verstopt zitten, en nu dus de zoektocht om dat terug te vinden. Ik weet dat het bij mij tussen de oren zit om te denken dat ik het niet zou kunnen en daarom kies zoek ik een stok achter de deur. Ik besluit om precies tussen de Berenloop en de 7 Heuvelenloop mee te doen met de clubkampioenschappen van AAV. Het is maar 5 km en die wil ik lopen in het tempo dat ik volgende week ook moet lopen, 3:35 minuut per km. De stok achter de deur is dan dat ik door moet blijven lopen in dat tempo en er halverwege niet de brui aan mag/kan geven.

We maken met onze wedstrijd deel uit van de Zegerplasloop waarbij de 5 km precies een ronde om de Zegerplas is. Alleen is normaal gesproken de start op de start/finish lijn van de atletiekbaan en dan is de afstand zo'n 100 meter te lang. Daarom wordt de kleine groep clubkampioenschapslopers (3x woordwaarde) de baan af gestuurd en moet "tussen de lantaarnpalen bij het hek" gaan staan. Oké, da's mooi, maar hoe weten we hoe laat we moeten starten... We hopen dat, als we stil zijn, het startschot ook voor ons te horen moet zijn. Aan de andere kant; als wij maar allemaal te gelijk starten maakt het eigenlijk geen barst uit hoe laat dat is. En zo komt het dat we starten als we denken het startschot gehoord te hebben (klopte ook) en het publiek langs de baan horen klappen. Weg zijn we, richting Zegerplas.

Ik kom redelijk goed op snelheid en probeer op mijn horloge in de gaten te houden dat ik ook die 3:35 min/km loop. Het is wennen na de marathons maar het lukt wel. Pff, geef mij maar marathons waar je meer kan spelen met je energie en snelheid. Hier moet het gelijk "van dik hout zaagt men planken". Vanuit de groep clubkampioenschap zie ik niemand volgen. Maakt ook niet uit, het gaat vandaag echt om mijn eigen tempo. Na 3 kilometer hoor ik voetstappen achter me en bij een bocht zie ik dat een snelle korte-afstand-loper mij dicht genaderd is. Zo dicht zelfs dat hij, ondanks alle ruimte die hij naast me heeft en er totaal geen andere mensen op het fietspad zijn, tijdens het inhalen op mijn hak trapt. Het lukt me wonder boven wonder om niet te vallen zoals in Amsterdam 2012, maar heel even ben ik boos. Nou heb je zo veel ruimte en zo veel snelheidsverschil om ruim om me heen te gaan en dan dit. Hij zal het niet expres doen blijkt ook uit zijn correcte en welgemeende "Sorrie, gaat het?" maar toch... We gaan weer verder op onze eigen snelheden.
Ik maak de 5 km af in 18:03 en dat is precies het doel voor vandaag. Volgende week maar proberen of ik dit tempo op de heuveltjes ook drie keer zo lang vol kan houden. Ik vrees het ergste maar daar koop je niks voor. Het wordt gewoon knokken en Nijmegen.

Bij dit clubkampioenschap wordt de zo verfoeide tijdcorrectie toegepast. Om tijden van alle deelnemers met elkaar te kunnen vergelijken wordt rekening gehouden met je leeftijd. Het is geheel volgens de regels van de Atletiekunie maar ik blijf het raar vinden. Ook met mijn gewone tijd van 18:03 (met tijdcorrectie zou dat de belachelijke 15 minuten geworden zijn) ben ik ondanks omgerekende tijden van anderen eerste geworden.

Ik mag het podium op om een beker in ontvangst te nemen en een chocoladeletter. Een gewone bruine chocaladeletter omdat die traditie in ieder geval nog niet om zeep is geholpen.

En nou maar kijken of het volgende week ook een beetje wil lukken.