Amsterdam, ik had er de ziekte in   16 okt 2016
Je hebt van die marathons, geloof het of niet, die loop je gewoon om ze af te vinken. Deze in Amsterdam was er zo eentje. Ik had een maand achter de rug met wat "bijzonderheden" waaronder een (geslaagde!) sollicitatie naar een nieuwe functie en eigenlijk had ik niet zo veel zin en het lopen van 42,195 km. Maar ja, af en toe een duurloopje kan geen kwaad, dacht ik! Daarom gewoon weer met Maaike op stap voor mijn 53e marathon, de 5e keer Amsterdam.
Deel 1   Nog fris en fruitig
Met dank aan a.s. schoonzoon Henk, die vrijdag op de motor al spontaan mijn startnummer gehaald had, konden Maaike en ik in alle rust met bus en trein naar het Olympisch stadion toe. Tijd genoeg om ontspannen op het voorplein het trainingspak uit te doen, het startnummer op te spelden en de tas in te leveren. Ook nog even gebruik maken van de Dixies om niet straks onderweg een boom nodig te hebben. De dixies waren de avond daar voor kennelijk ook al goed gebruikt (...) waardoor meer dan de helft nou niet echt leken op een rozentuintje. Ronduit smerig en als dat al het geval is vr dat de volgende 40.000 mensen hier gebruik van gaan maken belooft het een bacteriologisch horrorfeest te worden. Snel weg hier en dit jaar nog voor de grote wachtrij ontstaat het stadion in terwijl Maaike weer een plekje vindt op de tribune precies boven de ingang.
Ik weet dat ik een vooroordeel heb als ik bij de marathon van Amsterdam sta. Maar een vroordeel is ook een rdeel en ik vind het laatste half uur hier een stuk minder gezellig dan, laten we zeggen, de marathon Rotterdam. In het station hangt een matige sfeer en de enorme speakers op het middenterrein langs de rand van de baan staan gericht op de eretribune, dus op nog geen halve meter van de lopers. Wat uit die speakers komt is zo hard dat je je oren dicht moet houden om straks schadevrije het stadion uit te komen. Dan komt vrij onverwacht het startschot en worden we losgelaten. Eerst de halve ronde op de baan en dan onder de poort door linksaf naar het Vondelpark. Ik ben weer niet de enige vandaag...
Een eindtijd heb ik vandaag niet in gedachten. Gezien het energietekort door slaapgebrek gaat het vandaag toch wel anders verlopen dan ik gewend ben, denk ik. Gewoon proberen rustig te starten en in ieder geval de kadans proberen te vinden. Voorzichtig proberen de eerste kilometers de tramrails te ontwijken en het marathongevoel zien te vinden. Op zich lukt dat redelijk. Ik loop iets te snel naar mijn zin maar langzamer lopen voelt ook nooit lekker dus dan maar weer op die automatische piloot doorstampen.
Het begin gaat eigenlijk best lekker. Ik laat me niet verleiden om met een groep mee te gaan, het ritme heb ik inmiddels te pakken en ik probeer toch iets van de Amsterdamse cultuur op te pikken. Je bent nooit te oud om wat te leren en ook als Rotterdammer kan je uit chauvinistisch oogpunt best leuke dingen zien in Amsterdam. Na alle keren dat ik hier gelopen heb weet zelfs ik inmiddels al een beetje de weg hier en gaat het eigenlijk vrij soepel richting de 10 kilometer. Onderweg op het stuk waar de keerlus ligt, speur ik tussen de tegenliggers of ik nog bekenden zie. Tussen de honderden, wt, duizenden lopers is dat bijna ondoenlijk. Dan plotseling een kreet van de overkant. "Frank!" Het is Ruben die mij heeft weten te spotten. Een zwaai over en weer zoals we al vaker gedaan hebben. Het geeft toch weer heel even een vertrouw gevoel en voorlopig zal ik geen bekenden meer zien.
Terwijl ik mijn dingetje aan het doen ben is Maaike er op uit getrokken met haar fototoestel richting Vondelpark. Het heeft voor haar geen zin om me onderweg op te zoeken. Altijd een soort ren-je-rot om mij in Amsterdam ergens onderweg te spotten en voor die paar seconden vinden we dat zonde van de energie.

Nee, ga gerust lekker op pad voor je eigen hobby en met dit zonnige mooie weer heb je kans op een paar originele foto's. Deze foto is onderweg gemaakt in een zijstraat tussen het Olympisch stadion en het Vondelpark. De Amsterdamkenner zal wel weten waar het is.
Inmiddels ben ik onderweg, onder NS-station Amsterdam-Zuid door, "stad uit" richting de Amstel. Beetje draaien en keren door de laatste straatjes en op de klokken langs de kant zie ik dat ik op het 10 km punt keurig door kom in 40 minuten. Keurig is eigenlijk niet het goede woord want ik loop gewoon het tempo waar ik me vandaag happy bij voel, dus alles is goed.
Na een kilometer of 14, een afstand waar half Nederland berhaupt al nooit aan begint, komt wat mij betreft het mooiste deel van de route; Langs de Amstel naar het zuiden. Het is heerlijk weer geworden met bijna geen wind en met een lekker zonnetje over het water is dit een reclamfilm voor Nederland. Net buiten de Big City loop je zo de polder in waar roeiers aan het trainen zijn en vanaf bootjes op de Amstel muziek de boel een extra Hollands tintje geeft.
Op een paar plekken op de Amstel zijn sportievelingen aan het stunten op flyboards/hoverboards, of hoe die dingen ook mogen heten. Van die skateboards die boven het water blijven "zweven" door de druk van het water die uit een slang naar beneden spuit. Af en toe een salto er bij en soms gaat het maar net goed. Bij elke stunt ben ik toch weer een paar meter verder en kom ik weer wat dichter bij de finish.

Op de achtergrond van deze foto zie je zo'n flyboard stuntman, maar uiteraard bestaat de kans dat je bent afgeleid door mijn schitterende shirt van de Marathon Rotterdam 2010. Vandaag niet het bekende "Grijs maar niet gek" shirt maar een klein beetje Rotterdam in Amsterdam. Gewoon omdat het kan. In, op de kop af, n uur heb ik de eerste 15 km afgelegd. Die heb ik vast te pakken.
Na ruim 19 km de draai naar links de brug op bij Ouderkerk a/d Amstel. Duidelijker kan je het moment niet markeren dat je bijna op de helft bent. Er staat een handje vol publiek en dat was wel zo'n beetje het hoogtepunt van dit deel van de marathon. Nog een keer linksaf en dan aan de oostkant van het water terug naar het noorden. Tot zo ver gaat het lekker. Ook het 20 km punt kom ik door in de standaard tijd van 1:21:08 en zelfs de halve marathon (1 uur 25) en de 25 km in 1:42 gaan nog best lekker.

Maar dan merk ik dat binnen een paar minuten alle energie weg vloeit. Tot nu toe was ik helemaal niet aan het zweten en dat is bij deze afstand en temperatuur vreemd. Het voelde anders dan anders en ik vroeg me al af wat er met me aan de hand was. Na een dikke 25 kilometer voel ik me misselijk worden en moet ik aan de kant voor een kleine sanitaire stop. Dat is voor het eerst in 53 marathons. Het gaat tijdens deze marathon duidelijk heel anders met me dan anders. Na 28 km moet ik mezelf ook echt binnenste buiten keren. Getver, ik voel met niet zo maar "niet lekker" maar begin me echt rot te voelen. Beetje drinken en dan maar weer verder met deze worsteling. Amsterdam Oost, een industrieterrein en geen steun langs de kant voor zover dat al geholpen zou hebben. De benen willen nog wel maar de rest van het lijf kan niet meer, wil niet meer maar moet nog een heel stuk terug naar de finish om naar huis te kunnen.
De foto hierboven vertelt het verhaal. Ik wandel of dribbel, veel meer dan dat kan het niet geweest zijn, richting finish terwijl ik mijn trillende koude handen vol verbazing bekijk. Wat is er in vredesnaam aan de hand?! De energie is gewoon op, het lijf wil niet meer maar ik maak de martelgang nu maar af ook. Een DNF (Did Not Finish) in Amsterdam? Dat dacht ik toch niet! Stoere praat want wat niet gaat dat gaat niet, maar er is voor een Rotterdammer meer nodig dan n keer kotsen om je door Amsterdam te laten verslaan. Dr dus, door richting de eindstreep.

Na een kilometer of 35 een groot bord in de middenberm voor een tunnel; "Half crazy Runners" staat er op en dit moet dus het steunpunt zijn van John en Ans de Boer. Inderdaad staat rechts net voor de tunnel John met zijn fototoestel. Even naar hem toe. Even dat contact, dat praatje en mezelf moed in laten praten. Ik vertel dat het gewoon niet gaat en dat ik inmiddels ook Maaike gebeld heb met de melding dat het vandaag iets later wordt voordat ik het stadion in kom lopen. Dan hoeft zij haar nek niet zo lang te verrekken om te kijken of ik er al ben. Dan nog even naar Ans die aan de andere kant van de weg staat.
Door naar het Vondelpark en ook daar nog een keer bellen naar Maaike. "Doe er nog maar 10 minuten bij. Het gaat helemaal niet. Ik ben verrot maar kom er aan hoor." Hier en daar over het hek heen hangen en in het Vondelpark nog even in gesprek met een paar toeschouwers. Het leidt af maar na elke keer pauze moet ik toch weer op pad om verder te dribbelen anders kom je nooit bij de finish. Op het moment dat ik mijn handen in m'n rug zet om daar de pijn uit te drukken (kan nooit maar iedereen doet het) voel ik in m'n kontzak nog een druivensuikertje zitten. Het gaat de redding niet zijn vandaag maar ik knaag hem toch maar naar binnen en hou mezelf voor dat dit mijn doping is waarop ik het Olympisch Stadion ga halen. Hou jezelf voor de gek in het kwadraat. Dan komt de laatste bocht in zicht richting toegangspoort van het stadion. Een paar slingers om echt op de atletiekbaan te komen en dan ben ik verlost van de ellende van vandaag.
In de laatste 100 meter speur ik de tribune af op zoek naar Maaike. Nog een heel klein stukje tot de eindsteep en dan zie ik haar zitten op de eretribune. Het overwinningsgebaar zegt niets over mijn eindtijd maar wel alles over de blijdschap dat ik het toch voor elkaar gekregen heb vandaag. Ik heb me nog nooit zo beroerd gevoeld onderweg en het is mijn langzaamste marathon ooit. Die tijd van 3:23:23 is niet belangrijk maar geeft in verhouding tot al mijn andere tijden aan hoe ik me voelde onderweg. 
Deel 3  Thuis zien te komen

Na de finish snel het stadion uit, schoon shirt en een trainingspak aan. Ik wil maar n ding; liggen! Dat doe ik dan ook meteen op het voorplein van het stadion. Voetjes omhoog en verder even helemaal niks. Wel even een zak er bij omdat ik aan voel komen dat ik nog een keer moet spugen. Het blijft achterwege en heel langzaam aan lopen Maaike en ik naar station Amsterdam-Zuid terug. Voor mijn gevoel is dat stuk nog een marathon er bij. Als ik bijna bij het station ben plof ik neer op een bankje; kotsmisselijk en ik voel me zo beroerd als nooit tevoren. Nu nog thuis zien te komen. De trein naar Schiphol overleef ik maar van pure ellende vergeet ik daar met mijn OV uit te checken, wat later wel weer terug werd gestort. Henk had gelukkig gisteren al aangeboden om me op Schiphol met de auto op te komen halen en voor de deur thuis er uit te kiepen. Zelden zo blij geweest met deze taxi want wachten op een bus en in Alphen ook nog een stuk lopen was nu een drama geworden.

Thuis lekker onder de douche en daarna gelijk twee uur geslapen. Gek genoeg was daarna de misselijkheid verdwenen en had ik wel trek in avondeten. Tot zo ver ging het goed en voelde ik me weet beter. Waar dat rotgevoel tijdens die marathon van vandaag gekomen was bleek de volgende dag. 's Morgen vol enthousiasme naar m'n werk maar daar voelde ik me hoe langer hoe rotter worden. Om 11 uur ziek naar huis waar de ik mezelf nog een paar keer binnenste buiten mocht keren, gevolgd door een paar dagen zo misselijk als nooit tevoren, koppijn alsof de man met de hamer raak geslagen had en voor de rest een gevoel van een dikke vette griep. Drie dagen buikgriep verder en 4 kilo lichter dan voor de marathon was de griep de deur uit en was het leed geleden. Nu weer bouwen en kijken of over 2,5 weken de Berenloop op  Terschelling haalbaar is. Zo niet dan niet, want ik heb nu ervaren wat een marathon met je doet als je hem loopt met een nog verborgen aanstormende griep. Marathon 53 kan worden afgevinkt. Zucht.
Deel 2   Dit gaat fout
Als Ans hoort hoe ik me voel en dat ik het laatste stuk probeer uit te dribbelen met wat pauzes is haar analyse snel en pragmatisch: "Je maakt het dus af op z'n Franks. Zoals altijd." Ze zorgt dat ik toch een soort van lach op m'n gezicht krijg en dan ga ik weer op pad, tunnel in, omhoog en door naar het centrum van Amsterdam.