Eindhoven op de bluf                8 oktober 2017
Totaal ongetraind, of in ieder geval met veel te weinig training gaan beginnen aan een marathon is stom natuurlijk. Heel stom. Zeker met de gedachte "dat je het toch wel kan na 55 eerdere marathons". Dapper of dom om te starten? Hoe dan ook was ik naar de marathon van Eindhoven om aan mezelf te laten zien dat alles gewoon door kan gaan, met of zonder tegenslagen. Marathon 56 werd een zware, een hle zware.
Geen lang verhaal dit keer. Gewoon omdat er niets positiefs over te vertellen is. Aan het begin van dit jaar, toen trainen nog echt trainen was, had ik me aangemeld om mee te doen aan deze marathon. Gelukkig meer als trainingsloop richting Berenloop op Terschelling dan als wedstrijd. Dat ik verder geen ambities had was maar goed ook. De afgelopen maanden kwam van trainen niets terecht. En keer per week en met maandtotalen van 80 km. Een lachertje. Als je het dr van moet hebben krijg je het zwaar tijdens een marathon. Nog veel zwaarder dan tijdens de laatste marathon van Rotterdam. Omgekleed en naar de start toe met een knoop in m'n maag en rillingen van de spanning. Horloge aan gezet maar meer voor het idee dan wat anders. Tegen mijn omgeving en zeker tegen mezelf heb ik deze week al honderd keer gezegd dat het zwaar gaat worden, maar dat ik er al zo veel gelopen heb dat ik deze vast ook wel ga redden; op ervaring. Grotere onzin bestaat niet, maar als je er heel hard in gelooft wordt het misschien werkelijkheid.
 
De route is vandaag bijna de vorm van een 8. De eerste 19 kilometer loop je vanuit het midden van de acht naar het zuiden tegen de klok in. Bij het 19 km punt ben je bijna weer bij het beginpunt. Je kan dat punt zien en sterker nog, mijn kleedkamer en warme douche ligt ook daar op dat punt. Na 19 kilometer ben ik verrot. Een ander woord heb ik er niet voor. Totaal verrot en moe. Met de benen is niks mis; geen pijntjes en geen gewiebel maar gewoon doodop.
Ik zie het punt waar ik kan beslissen. Met beslissen. Kap ik er mee en plof ik over een minuut neer op een stoel, of ga ik rechtsaf onder het spoor door naar het volgende stuk in Eindhoven Noord. Twijfel, boosheid en eergevoel worstelen de komende honderden meters. De energie is weg en stoppen is z makkelijk. T makkelijk ook. Nu klinkt stoppen als muziek in mijn oren maar krijg ik daarna niet vreselijk spijt?! Ben ik een watje als ik stop? Niemand zal dat zeggen, behalve misschien ik zelf. En als ik nu stop, hoe vaak ga ik dan in de toekomst stoppen als ik moe ben? Nu toegeven aan vermoeidheid wordt de trigger om een volgende keer nog eerder te stoppen denk ik. Het hoofd draait die meters overuren om de meest wijze beslissing te kunnen nemen. Rechtdoor naar de kleedkamer of rechtsaf naar deel 2 van deze hel? Op het laaste moment kies ik er voor om rechtsaf te gaan, mezelf nog "maar" 23 km pijn te doen. De motivatie om door te blijven rennen zakt naar nul en hier en daar gun ik het mezelf om te wandelen. Korte stukjes om dan de draad weer op te pakken en soms lukt dat met nog een aardig tempo ook. Gemiddeld gezien gaat het nog best aardig.
Beetje bij beetje hark ik de meters, kilometers, bij elkaar. Het parcours was al saai en wordt er niet beter op. Het maakt me allemaal niets meer uit. Omdat het toch vreselijk traag gaat ga ik hier en daar ook maar wat drinken onderweg. Ze zeggen dat het goed voor je is en om diezelfde reden neem ik voor het eerst van m'n leven een gelletje. Baadt het niet dan schaadt het niet.
Langzaam (vooral dat) maar zeker gaat de route weer terug naar het centrum van Eindhoven. Langs de plek waar ik in 2011 voor Ronald nog een pleister haalde toen ik hem haasde naar 3:00:33. Dan langs het PSV stadion wr langs mijn kleedkamer het winkelgebied in. Niemand buiten om me aan te moedigen en dus ook niemand die ziet hoe totaal verrot ik op dit moment ben. Dat scheelt dan weer. Slingerend door het centrum heen en dan krijg ik de finish in beeld. Net zo saai en grijs als al die andere jaren dat laatste stukje voor de finish. Zelden zo blij geweest dat de finish er was en na 3:27 mag ik er mee stoppen. H h.
Meteen na de streep worden de medailles uitgereikt en omgehangen. Ik kies voor de allerkleinste medaille-uitreikster die er staat, een meisje van nog geen drie jaar oud en haar trots van het uitreiken was groter dan mijn trots van het uitlpen.
Dan terug naar de kleedruimte. Nu mag het. Als ik de kantine binnenloop krijg ik gelijk felicitaties. "Whow, je bent de eerste op het NK". Ik moet deze enthousiasteling uit zijn roes halen want ik doe helemaal niet mee met het NK. Er is alleen een NK op de halve marathon en ik liep de hele. Niks geen eerste of welke plek dan ook. Ik vraag de teamcaptain om even naar mijn thuisfront te bellen om door te geven dat ik weer veilig en gezond over de streep ben en loop naar de kleedruimte. Keurig op tijd om mezelf daar op een daarvoor bestemde plek binnenste buiten te keren. Had ik dat gelletje maar niet genomen denk ik dan. Na een goeie douche en wat rust krijg ik een kop soep naar binnen en wat brood. Daarna richting auto gewandeld om rustig aan naar huis te rijden. Het is vandaag niet echt een jubeldag maar ik heb hem wl uitgelopen. Sterker uit de strijd dan dat ik er in ging.